Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 20 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van…

Raad van State, 27 januari 2022

Zaakgegevens

Op 27 januari 2022 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27 januari 2022
Datum publicatie
26 januari 2022
Zaaknummer
202200028/2/V2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:224
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 20 december 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van vreemdeling 1 om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 30 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van vreemdeling 2 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202200028/2/V2.

Datum uitspraak: 27 januari 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen,

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 27 december 2021 in zaken nrs. NL18.24791 en NL21.12152 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 20 december 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van vreemdeling 1 om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 30 juni 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van vreemdeling 2 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 27 december 2021 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 30 juni 2021 door vreemdeling 2 ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het tegen het besluit van 20 december 2018 door vreemdeling 1 ingestelde beroep gegrond verklaard, voor zover gericht tegen de kennelijke ongegrondheid van haar aanvraag, het besluit in zoverre vernietigd en het beroep voor het overige ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen.

2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;

II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.

w.g. Kuijer

voorzieningenrechter

w.g. Van Kesteren

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2022

897