Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 13 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 24 februari 2022

Zaakgegevens

Op 24 februari 2022 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24 februari 2022
Datum publicatie
24 februari 2022
Zaaknummer
202106303/3/V3
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:589
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 13 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202106303/3/V3.

Datum uitspraak: 24 februari 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 september 2021 in zaak nr. 21/1427 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 13 juli 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 24 februari 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 15 september 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij uitspraak van 5 november 2021 is het verzoek afgewezen.

Op 24 december 2021 heeft de vreemdeling opnieuw verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De staatssecretaris en de vreemdeling hebben nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter opnieuw verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de staatssecretaris wordt opgedragen hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. Dit maal, omdat zijn Gambiaanse adoptie door zijn adoptiemoeder inmiddels in de beschikking van de burgerlijke rechter van 8 december 2021 is erkend en gewenst is dat hij met zijn adoptiemoeder herenigd wordt in Nederland, vooral met het oog op haar medische situatie.

2.       In wat de vreemdeling ter toelichting op zijn verzoek aanvoert, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding nu wel een voorlopige voorziening te treffen.

3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.

w.g. Bijloos

voorzieningenrechter

w.g. Schippers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2022

47-985