Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 12 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling…

Raad van State, 14 januari 2022

Zaakgegevens

Op 14 januari 2022 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14 januari 2022
Datum publicatie
14 januari 2022
Zaaknummer
202107983/2/V2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:97
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 12 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling medegedeeld dat hij aan Duitsland zal worden overdragen.

Uitspraak

202107983/2/V2.

Datum uitspraak: 14 januari 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 15 december 2021 in zaak nr. NL21.16596 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 12 oktober 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling medegedeeld dat hij aan Duitsland zal worden overdragen.

Bij uitspraak van 15 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.       De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.

2.       Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1936).

3.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. 

w.g. Zwinkels

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2022

802