Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 18 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 18 augustus 2023 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18 augustus 2023
Datum publicatie
21 augustus 2023
Zaaknummer
202305303/2/V2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3176
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202305303/2/V2.

Datum uitspraak: 18 augustus 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoekster,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­-Hertogenbosch, van 18 augustus 2023 in zaak nr. NL23.12944 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 26 april 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De staatssecretaris heeft desgevraagd een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgt.

2.       Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming op grond van de Dublinverordening, dat de overdrachtstermijn op 21 augustus 2023 verloopt en dat er geen sprake is van een risico op schending van artikel 3 van het EVRM voor de vreemdeling. Met de overdracht aan Oostenrijk op 21 augustus 2023 is bovendien ook geen sprake van onomkeerbare gevolgen. Mocht uiteindelijk blijken dat aan de vreemdeling ten onrechte geen verblijfsvergunning regulier met als doel ‘tijdelijke humanitaire gronden’ is verleend, dan kan zij vanuit Oostenrijk worden teruggeleid naar Nederland.

3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.

w.g. Lange

voorzieningenrechter

w.g. Tibold

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2023

853-979