Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 28 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van de…

Raad van State, 25 januari 2023

Zaakgegevens

Op 25 januari 2023 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25 januari 2023
Datum publicatie
25 januari 2023
Zaaknummer
202300181/2/V3
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:323
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 28 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van de vreemdeling beëindigd en hem ongewenst verklaard.

Uitspraak

202300181/2/V3.

Datum uitspraak: 25 januari 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 december 2022 in zaak nr. 22/2150 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 28 juni 2021 heeft de staatssecretaris het verblijfsrecht van de vreemdeling beëindigd en hem ongewenst verklaard.

Bij besluit van 16 maart 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.

w.g. Wissels

voorzieningenrechter

w.g. Dallinga

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2023

18-981