Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 9 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Zaakgegevens

Op 11 oktober 2023 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11 oktober 2023
Datum publicatie
11 oktober 2023
Zaaknummer
202306165/2/V3
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3751
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 9 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 21 september 2023

    ECLI:NL:RBDHA:2023:15095
  2. Raad van State · 11 oktober 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2023:3751

    Meerdere afhandelingswijzen

  3. Raad van State · 12 augustus 2025

    ECLI:NL:RVS:2025:3794

    Meerdere afhandelingswijzen

Uitspraak

202306165/2/V3.

Datum uitspraak: 11 oktober 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 21 september 2023 in zaak nr. NL23.14640 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 9 mei 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 21 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.       De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.

2.       Bij de Afdeling zijn vele zaken aanhangig over een vergelijkbare problematiek. De Afdeling zal enkele van deze zaken op 30 oktober 2023 op zitting behandelen. Gelet hierop weegt het belang van de staatssecretaris om niet vooruit te lopen op de uitkomst van die zitting op dit moment zwaarder dan het belang van de vreemdeling bij uitvoering van de uitspraak van de rechtbank. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.

3.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Verheij

voorzieningenrechter

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2023

846-1020