Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 1 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de…

Raad van State, 8 november 2023

Zaakgegevens

Op 8 november 2023 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
8 november 2023
Datum publicatie
8 november 2023
Zaaknummer
202306437/2/V1
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4108
E-mail

Samenvatting

Bij besluiten van 1 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202306437/2/V1.

Datum uitspraak: 8 november 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[vreemdeling 1], [vreemdeling 2] en [vreemdeling 3],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 19 september 2023 in zaken nrs. NL23.8177 en NL23.8181 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluiten van 1 december 2022 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluiten van 20 februari 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 september 2023 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. E.E.M. Bezem, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.

w.g. Soffers

voorzieningenrechter

w.g. Verbeek

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2023

574-977