Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 22 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 3 maart 2023

Zaakgegevens

Op 3 maart 2023 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
3 maart 2023
Datum publicatie
3 maart 2023
Zaaknummer
202203130/2/V2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:874
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 22 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202203130/2/V2.

Datum uitspraak: 3 maart 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 17 mei 2022 in zaak nr. NL20.14701 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 22 juli 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 17 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       De vreemdeling is geboren op 1 januari 1989 in Arbil, Irak. Bij uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8237, is hij veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar voor onder meer deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. Op dit moment zit hij deze straf uit op de terroristenafdeling van de Penitentiaire Inrichting Vught.

2.       De vreemdeling verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt. Ook verzoekt hij de voorzieningenrechter de uitspraak van 17 mei 2022 te schorsen en hem aan te merken als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. De vreemdeling betoogt dat die uitspraak betekent dat hij geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland en dat dit gevolgen heeft voor de strafrechtelijke detentie en de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling.

3.       Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

4.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.

w.g. Meijer

voorzieningenrechter

w.g. Tibold

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2023

853