Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 26 juli 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) een verzoek van de…

Zaakgegevens

Op 22 november 2024 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22 november 2024
Datum publicatie
22 november 2024
Zaaknummer
202406368/2/V1
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4801
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 26 juli 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) een verzoek van de vreemdeling om hem over te plaatsen naar een opvangvoorziening voor minderjarigen, afgewezen.

Uitspraak

202406368/2/V1.

Datum uitspraak: 22 november 2024

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 3 oktober 2024 in zaak nr. 24/12785 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa).

Procesverloop

Bij besluit van 26 juli 2024 heeft het COa een verzoek van de vreemdeling om hem over te plaatsen naar een opvangvoorziening voor minderjarigen, afgewezen.

Bij uitspraak van 3 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.A. Blaas, advocaat in 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het COa hem binnen twee weken plaatst in een opvangvoorziening voor minderjarigen.

2.       Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter bepaalt daarbij, gezien de betrokken belangen en de omstandigheden van het geval, de termijn van plaatsing op maximaal vier weken in plaats van de verzochte twee weken. Het COa moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het COa de vreemdeling binnen vier weken in een opvangvoorziening voor minderjarigen plaatst, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;

II.       veroordeelt het COa tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.T. Gazai, griffier.

w.g. Kuijer

voorzieningenrechter

w.g. Gazai

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 november 2024

966