Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 8 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van de vreemdelingen om…

Raad van State, 6 januari 2025

Zaakgegevens

Op 6 januari 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 januari 2025
Datum publicatie
6 januari 2025
Zaaknummer
BRS25000002
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:20
E-mail

Samenvatting

Bij besluiten van 8 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

BRS.25.000002

ECLI:NL:RVS:2025:20

Datum uitspraak: 6 januari 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:

[vreemdeling 1], [vreemdeling 2], [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 25 november 2024 in zaken nrs. NL24.31475 en NL24.31477 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluiten van 8 augustus 2024 heeft de minister aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 25 november 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.Bij uitspraak van 30 december 2024 heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdelingen beslist. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet in behandeling genomen.

2.Het verzoek is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.

w.g. De Poorter

voorzieningenrechter

w.g. Van den Oosterkamp

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2025

1028