Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoekers…

Raad van State, 16 juni 2025

Zaakgegevens

Op 16 juni 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16 juni 2025
Datum publicatie
16 juni 2025
Zaaknummer
202503091/2/V2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2694
E-mail

Samenvatting

Bij besluiten van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoekers verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

Uitspraak

202503091/2/V2.

Datum uitspraak: 16 juni 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker 1], [verzoeker 2] en [verzoeker 3],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 30 april 2025 in zaken nrs. NL23.39979, NL23.39983 en NL23.39986 in het geding tussen:

verzoekers

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluiten van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoekers verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

Bij aanvullende besluiten van 10 februari 2025 heeft de minister de  besluiten van 21 december 2023 nader gemotiveerd.

Bij uitspraak van 30 april 2025 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen.

2.       Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.

3.       De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoekers niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;

II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. K. Veen, griffier.

w.g. Van Gastel

voorzieningenrechter

w.g. Veen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2025

986