Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker…

Raad van State, 23 juni 2025

Zaakgegevens

Op 23 juni 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23 juni 2025
Datum publicatie
25 juni 2025
Zaaknummer
202503500/3/V1
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2807
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202503500/3/V1.

Datum uitspraak: 23 juni 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 17 december 2024 en haar einduitspraak van 27 mei 2025, beide in zaak nr. NL24.23812 in het geding tussen:

verzoeker

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij tussenuitspraak van 17 december 2024 heeft de rechtbank de minister in de gelegenheid gesteld om aan dat besluit klevende gebreken te herstellen.

Bij besluit van 28 januari 2025 heeft de minister het besluit van 10 mei 2024 ingetrokken en de aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

Bij uitspraak van 27 mei 2025 heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet en dat de beëindiging van de opvang op 24 juni 2025 achterwege blijft. Omdat de voor de beoordeling van het hoger beroep noodzakelijke stukken net zijn ontvangen en nog moeten worden bestudeerd, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de stukken zijn bestudeerd, zal de voorzieningenrechter op het resterende deel van het verzoek beslissen.

2.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden, omdat hij dat al moet doen naar aanleiding van de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202503500/2/V1.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet en dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 24 juni 2025 achterwege blijft.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.

w.g. Verheij

voorzieningenrechter

w.g. Hanrath

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2025

392