Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de…

Raad van State, 29 januari 2025

Zaakgegevens

Op 29 januari 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29 januari 2025
Datum publicatie
29 januari 2025
Zaaknummer
202500266/2/V1
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:309
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202500266/2/V1.

Datum uitspraak: 29 januari 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[vreemdeling 1], [vreemdeling 2], [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4],

verzoekers,

tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 7 november 2024 en haar einduitspraak van 18 december 2024 in zaak nr. 20/9108 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 12 november 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij tussenuitspraak van 7 november 2024 heeft de rechtbank de minister in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen.

Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister het besluit van 12 november 2020 nader gemotiveerd.

Bij einduitspraak van 18 december 2024 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 12 november 2020 door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.

Tegen de tussenuitspraak en de einduitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier.

w.g. Willems

voorzieningenrechter

w.g. Zwemstra

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025

91-1046