Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 26 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoekers…

Raad van State, 23 juli 2025

Zaakgegevens

Op 23 juli 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23 juli 2025
Datum publicatie
23 juli 2025
Zaaknummer
202501967/3/V2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:3370
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 26 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoekers verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

Uitspraak

202501967/3/V2.

Datum uitspraak: 23 juli 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2], mede voor hun minderjarige kinderen,

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 6 maart 2025 in zaak nr. NL24.276 in het geding tussen:

verzoekers

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan verzoekers verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

Bij besluit van 6 december 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoekers gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoekers ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister het tegen het besluit van 26 november 2019 gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Verzoekers hebben daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft het beroepschrift en het verzoekschrift ter behandeling aan de Afdeling doorgezonden.

Overwegingen

1.       Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. Schipper-Spanninga

voorzieningenrechter

w.g. Prins

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2025

853-1113