Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker…

Raad van State, 22 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 22 oktober 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22 oktober 2025
Datum publicatie
20 oktober 2025
Zaaknummer
BRS.25.001475
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5024
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Uitspraak

BRS.25.001475

ECLI:NL:RVS:2025:5024

Datum uitspraak: 22 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 9 september 2025 in zaak nr. NL24.50456 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 september 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.        De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.

w.g. Drop

voorzieningenrechter

w.g. Hanrath

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2025

392