Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoekers om hun een…

Raad van State, 24 november 2025

Zaakgegevens

Op 24 november 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24 november 2025
Datum publicatie
20 november 2025
Zaaknummer
BRS.25.001601
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5648
E-mail

Samenvatting

Bij besluiten van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

BRS.25.001601

ECLI:NL:RVS:2025:5648

Datum uitspraak: 24 november 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 14 oktober 2025 in zaken nrs. NL25.33310 en NL25.33311 in het geding tussen:

verzoekers

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluiten van 16 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers, vertegenwoordigd door mr. B.H. Werink, advocaat in Groningen, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen.

2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoekers niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;

II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.

w.g. Drop

voorzieningenrechter

w.g. Pronk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 november 2025

1028