Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van verzoekers om…

Zaakgegevens

Op 4 december 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
4 december 2025
Datum publicatie
4 december 2025
Zaaknummer
BRS.25.002255
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5906
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluiten van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 27 november 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:22742
  2. Raad van State · 4 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2025:5906

Uitspraak

BRS.25.002255

ECLI:NL:RVS:2025:5906

Datum uitspraak: 4 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 november 2025 in zaken nrs. NL25.47417 en NL25.47421 in het geding tussen:

[verzoekers]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluiten van 24 september 2025 heeft de minister de aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 27 november 2025 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen.

2.        Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoekers niet worden uitgezet, totdat op het door hun ingestelde hoger beroep is beslist;

II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00 geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. K. Veen, griffier.

w.g. Den Heyer

voorzieningenrechter

w.g. Veen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2025

986