Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 27 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvraag van de vreemdeling om hem…

Raad van State, 3 maart 2025

Zaakgegevens

Op 3 maart 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
3 maart 2025
Datum publicatie
3 maart 2025
Zaaknummer
202501196/2/V2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:828
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 27 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak

202501196/2/V2.

Datum uitspraak: 28 februari 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 21 februari 2025 in zaak nr. NL24.46913 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 21 februari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. Lange

voorzieningenrechter

w.g. Prins

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2025

309-1048