Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 30 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om…

Zaakgegevens

Op 13 januari 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 januari 2026
Datum publicatie
9 januari 2026
Zaaknummer
BRS.25.002652
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:135
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluiten van 30 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen 2 tot en met 9 een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 25 november 2025

    ECLI:NL:RBDHA:2025:22319
  2. Raad van State · 13 januari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2026:135

Uitspraak

BRS.25.002652

ECLI:NL:RVS:2026:135

Datum uitspraak: 13 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 25 november 2025 in zaak nr. NL24.4502 in het geding tussen:

[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8] en [betrokkene 9]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluiten van 30 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen 2 tot en met 9 een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 29 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen twaalf weken een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.        De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat zij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op haar hoger beroep heeft beslist.

2.        Gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.

3.        De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.

w.g. Soffers

voorzieningenrechter

w.g. Van den Oosterkamp

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2026

938