Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker…

Zaakgegevens

Op 11 maart 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11 maart 2026
Datum publicatie
11 maart 2026
Zaaknummer
202407015/3/V2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1356
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202407015/3/V2.

Datum uitspraak: 11 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 12 november 2024 in zaak nr. NL24.30787 in het geding tussen:

verzoeker

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 12 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Verzoeker heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij uitspraak van 21 januari 2026 heeft de Afdeling het hoger beroep van de minister gegrond verklaard, de uitspraak van 12 november 2024 vernietigd, en het beroep ongegrond verklaard.

Na deze uitspraak heeft de Afdeling bij brief van 11 februari 2026 aan partijen te kennen gegeven dat de Afdeling voornemens is om deze uitspraak vervallen te verklaren.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De minister heeft op verzoek van de Afdeling een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.       Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op de hoger beroepen beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen.

2.       De voorzieningenrechter van de Afdeling wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.

w.g. Wissels

voorzieningenrechter

w.g. Tibold

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026

897-1169