Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 26 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem…

Raad van State, 13 maart 2026

Zaakgegevens

Op 13 maart 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 maart 2026
Datum publicatie
11 maart 2026
Zaaknummer
BRS.26.000875
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1428
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 26 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

BRS.26.000875

ECLI:NL:RVS:2026:1428

Datum uitspraak: 13 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

verzoeker,

tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 29 januari 2026 en haar einduitspraak van 16 februari 2026 in zaak nr. NL25.47804 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 26 september 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij tussenuitspraak van 29 januari 2026 heeft de rechtbank de minister in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen.

Bij einduitspraak van 16 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zestien weken na de dag van verzending van de einduitspraak een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak.

Tegen de tussenuitspraak en de einduitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.        De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de einduitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.

2.        Gelet op de belangen die de minister en betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.

3.        De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de einduitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.

w.g. Ristra-Peeters

voorzieningenrechter

w.g. Pronk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2026

1028