Vreemdelingenrecht
Bij besluit van 18 december 2025 heeft het het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bepaald dat het de…
ECLI:NL:RVS:2026:2030 · Raad van State · 16 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2026-2030
Zaakgegevens
Op 16 april 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 april 2026
- Datum publicatie
- 14 april 2026
- Zaaknummer
- BRS.26.001163
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:2030
Samenvatting
Bij besluit van 18 december 2025 heeft het het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bepaald dat het de verstrekkingen aan betrokkene krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 beëindigt.
Uitspraak
BRS.26.001163
ECLI:NL:RVS:2026:2030
Datum uitspraak: 16 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van onder meer:
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 27 februari 2026 in zaak nr. 26/90 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
het COa.
Procesverloop
Bij besluit van 18 december 2025 heeft het COa bepaald dat het de verstrekkingen aan betrokkene krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 beëindigt.
Bij uitspraak van 27 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep ongegrond verklaard en bepaald dat het COa de opvang van betrokkene vier maanden moet continueren.
Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Ook heeft het de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. Het COa verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat het de opdracht van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2. Gelet op wat het COa en betrokkene hebben aangevoerd, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Het COa moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. wijst het verzoek af;
II. veroordeelt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Soffers
voorzieningenrechter
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2026
977