Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker opgedragen de Europese Unie…

Raad van State, 22 juni 2026

Zaakgegevens

Op 22 juni 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22 juni 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Zaaknummer
BRS.26.002954
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3547
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Uitspraak

BRS.26.002954

ECLI:NL:RVS:2026:3547

Datum uitspraak: 22 juni 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 6 februari 2026 in zaak nr. NL24.14968 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

Bij uitspraak van 6 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de werking van het terugkeerbesluit wordt geschorst en dat de minister wordt opgedragen de signalering in het Schengeninformatiesysteem te schorsen totdat op het hoger beroep is beslist.

2.        Gelet op de naar voren gebrachte belangen, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

3.        Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.C.M. van Trappen, griffier.

w.g. Ristra-Peeters

voorzieningenrechter

w.g. Van Trappen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2026

985