Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 12 mei 2023, aangevuld op 25 mei 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid…

Raad van State, 28 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 28 augustus 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28 augustus 2026
Datum publicatie
28 augustus 2026
Zaaknummer
202307212/2/V1
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5065
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 12 mei 2023, aangevuld op 25 mei 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat zij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

Uitspraak

202307212/2/V1.

Datum uitspraak: 28 augustus 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 16 november 2023 in zaak nr. NL23.14839 in het geding tussen:

verzoeker

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2023, aangevuld op 25 mei 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, bepaald dat zij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

Bij besluit van 8 september 2023 heeft de staatssecretaris het besluit van 12 mei 2023 gewijzigd door het terugkeerbesluit in te trekken en het inreisverbod op te heffen.

Bij uitspraak van 16 november 2023 heeft de rechtbank het door verzoeker tegen het besluit van 12 mei 2023 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Verzoeker heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 12 mei 2023 te schorsen. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om de minister op te dragen om haar dezelfde rechtspositie toe te kennen als een vreemdeling voor wie hij nog geen besluit op de asielaanvraag heeft genomen en om haar een W-document te verstrekken. Dit totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

2. Gelet op de belangen die verzoeker en de minister naar voren hebben gebracht en de verstrekkende gevolgen van de gevraagde voorziening, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Overeem, griffier.

w.g. Sevenster

voorzieningenrechter

w.g. Overeem

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2026

899-1095