Vreemdelingenrecht

Raad van State · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Zaakgegevens

Op 30 januari 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30 januari 2026
Datum publicatie
29 januari 2026
Zaaknummer
BRS.26.000152
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:521
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Uitspraak

BRS.26.000152

ECLI:NL:RVS:2026:521

Datum uitspraak: 30 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [verzoeker A] en [verzoeker B] om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 oktober 2025 in zaak nr. 25/3778 in het geding tussen:

[appellant]

en

het COa.

Procesverloop

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft het COa een aanvraag van verzoekers om vergoeding van buitengewone kosten gedeeltelijk afgewezen.

Bij uitspraak van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoekers ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, aan verzoekers toestemming verleend voor het maken van kosten in verband met het laten verrichten van een contra-expertise documentenonderzoek bij het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt voor het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak heeft het COa hoger beroep ingesteld. Ook heeft het COa de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft dat verzoek toegewezen bij uitspraak van 10 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5941, en bepaald dat het COa geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Vervolgens hebben verzoekers de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat het COa de kosten van de

contra-expertise documentenonderzoek, inclusief de rapportage, moet vergoeden in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep.

2.        Het verzoek komt in wezen neer op een verzoek om opheffing van de bij uitspraak van 10 december 2025 op verzoek van het COa getroffen voorlopige voorziening. Omdat de betrokken belangen op dit moment niet anders zijn dan de belangen die de voorzieningenrechter al bij die uitspraak heeft betrokken, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.

3.        De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier.

w.g. Schipper-Spanninga

voorzieningenrechter

w.g. Hanrath

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2026

392