Vreemdelingenrecht

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een…

Raad van State, 1 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 1 oktober 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
1 oktober 2026
Datum publicatie
29 september 2026
Zaaknummer
BRS.26.004434
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5747
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

BRS.26.004434

ECLI:NL:RVS:2026:5747

Datum uitspraak: 1 oktober 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 30 juli 2026 in zaak nr. NL25.39459 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 24 juli 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 juli 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verzoeker heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.        Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.        De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van L.W. Lagaaij LLM, griffier.

w.g. Soffers

voorzieningenrechter

w.g. Lagaaij

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2026

1143-936