Vreemdelingenrecht
Bij besluiten van 11 september 2023, aangevuld bij besluiten van 25 februari 2025, heeft de staatssecretaris…
Raad van State, 16 oktober 2026
ECLI:NL:RVS:2026:6100 · Raad van State · 16 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2026-6100
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2026
- Datum publicatie
- 14 oktober 2026
- Zaaknummer
- BRS.26.004490
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:6100
Samenvatting
Bij besluiten van 11 september 2023, aangevuld bij besluiten van 25 februari 2025, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Uitspraak
BRS.26.004490
ECLI:NL:RVS:2026:6100
Datum uitspraak: 16 oktober 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de verwijzingsuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 4 juli 2025 en haar einduitspraak van 28 juli 2026 in zaken nrs. NL23.29544, NL23.29546 en NL23.29548 in het geding tussen:
[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6], [betrokkene 7] en [betrokkene 8],
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluiten van 11 september 2023, aangevuld bij besluiten van 25 februari 2025, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij verwijzingsuitspraak van 4 juli 2025 heeft de rechtbank het Hof van Justitie verzocht om bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de in die uitspraak gestelde vragen, de behandeling van de beroepen die betrokkenen tegen de besluiten van 11 september 2023 en 25 februari hebben ingesteld geschorst en iedere verdere beslissing aangehouden.
Bij arrest van 4 juni 2026, Ebilum, ECLI:EU:C:2026:448, heeft het Hof de in de verwijzingsuitspraak gestelde vragen beantwoord.
Bij einduitspraak van 28 juli 2026 heeft de rechtbank de door betrokkenen ingestelde beroepen tegen de besluiten van 11 september 2023 en 25 februari 2025 gegrond verklaard, die besluiten vernietigd, bepaald dat betrokkenen de vluchtelingenstatus of een verblijfsrecht op grond van artikel 23 van de Kwalificatieverordening genieten, bepaald dat de uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde besluiten en de minister opgedragen om betrokkenen binnen een periode van 90 dagen na de uitspraak een verblijfsvergunning en verblijfstitel te verstrekken.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de einduitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2. Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom en gelet op de belangen die de minister en betrokkenen naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de einduitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Koelman, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. Koelman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2026
1021