Vreemdelingenrecht

Bij besluiten van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een…

Raad van State, 24 februari 2026

Zaakgegevens

Op 24 februari 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24 februari 2026
Datum publicatie
24 februari 2026
Zaaknummer
BRS.26.000876
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:998
E-mail

Samenvatting

Bij besluiten van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

BRS.26.000876

ECLI:NL:RVS:2026:998

Datum uitspraak: 24 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2], mede voor hun minderjarige zoon,

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 19 januari 2026 in zaken nrs. NL25.49976 en NL25.49977 in het geding tussen:

verzoekers

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluiten van 7 oktober 2025 heeft de minister aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 19 januari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoekers ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.        Bij uitspraak van 23 februari 2026 heeft de Afdeling op het hoger beroep van verzoekers beslist. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet in behandeling genomen.

2.        Het verzoek is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.

w.g. Willems

voorzieningenrechter

w.g. Boon

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026

977