Strafrecht overig
Gevangenisstraf van 10 maanden en TBS met voorwaarden opgelegd voor meerdere zedenfeiten. Verdachte (een…
Rechtbank Alkmaar, 14 februari 2012
ECLI:NL:RBALK:2012:BV5545 · Rechtbank Alkmaar · 14 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-alkmaar/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbalk-2012-bv5545
Zaakgegevens
Op 14 februari 2012 heeft de Rechtbank Alkmaar in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AlkmaarRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 14.810397-10
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBALK:2012:BV5545
Samenvatting
Gevangenisstraf van 10 maanden en TBS met voorwaarden opgelegd voor meerdere zedenfeiten.
Verdachte (een 43-jarige man) heeft zich op internet voorgedaan als een vijftien- of zestienjarig meisje en is zo in contact gekomen met een viertal minderjarige meisjes, die hij er toe heeft bewogen zich voor de webcam uit te kleden en seksuele handelingen met zichzelf te plegen. Met een van deze meisjes heeft de verdachte ook daadwerkelijk seks gehad. Daarnaast had hij kinderporno op zijn computer staan.
Uitspraak
RECHTBANK ALKMAAR
Sector straf
Parketnummer: 14.810397-10 (P)
Datum uitspraak: 14 februari 2012
TEGENSPRAAK
VONNIS van de rechtbank Alkmaar, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak van het
OPENBAAR MINISTERIE
tegen:
[Verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
thans verblijvend in de Forensisch Psychiatrisch Kliniek te Assen.
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 januari 2011, 12 juli 2011, 4 oktober 2011 en 31 januari 2012.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. M. van der Himst, advocaat te [plaatsnaam], en door verdachte naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
Aan verdachte is, nadat een vordering van de officier van justitie ex artikel 314a jo 313 van het Wetboek van Strafvordering, strekkende tot aanpassing van de tenlastelegging is toegelaten, ten laste gelegd, dat
1.
hij in of omstreeks de periode van 02 september 2010 tot en met 03 september 2010 in de gemeente [plaatsnaam] en/of elders in Nederland, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte met die [slachtoffer 1] afgesproken elkaar op 2 september 2010 op het Centraal Station in Amsterdam te ontmoeten en vervolgens na die ontmoeting met die [slachtoffer 1] afgesproken per trein naar [plaatsnaam] te gaan en heeft hij daarbij de navolgende list gebezigd: verdachte heeft voorafgaand aan het bovengenoemde op Internet de identiteit van een of meerdere meisjes aangenomen en een ontmoeting met (een of meer van) die meisje(s) en die [slachtoffer 1] geregeld; hij heeft zich voorgedaan als de vader van een van die meisjes en afgesproken dat hij, verdachte, die [slachtoffer 1] in Amsterdam op het Centraal station zou ophalen, althans ontmoeten;
2.
hij op of omstreeks 03 september 2010 in de gemeente [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, een gegevensdrager bevattende één of meer afbeelding(en), te weten een computer, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen (telkens) bestonden uit (onder meer)
- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) borsten en/of geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer pv B 277/278, foto nr. DSCO1864, DSCO1865, DSCO1866, DSCO1867, DSCO1868, DSCO1869, DSCO1870, DSCO1871, DSCO1872, DSCO1873, DSCO1874, DSCO1875, DSCO1876, naamloos23, naamloos34, picture 227, picture 228);
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010 tot en met 03 september 2010 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente(s) [plaatsnaam] en/of Hilversum, in elk geval in Nederland, (telkens) door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten door het aannemen van een valse hoedanigheid en door zich op Internet voor te doen als (een) meisje(s) die/dat een (seksuele) relatie wilde(n) aangaan met een persoon, [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, die [slachtoffer 1] opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen, te weten het maken van foto's van zichzelf waarop zij geheel of gedeeltelijk naakt stond afgebeeld en/of het (via Internet) verzenden van die foto's aan die/dat meisje(s) en/of verdachte;
4.
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2010 tot en met 2 september 2010 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen, terwijl hij enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, (telkens) tijdens een of meer gesprekken via MSN, in elk geval een of meer internetsite(s), en/of door middel van (een) sms-bericht(en) met die [slachtoffer 1] de afspraak gemaakt dat zij elkaar op 2 september 2010 omstreeks 23.45 uur, althans een afgesproken tijdstip, op het Centraal station te Amsterdam zouden ontmoeten;
5.
hij in of omstreeks de periode van 01 december 2006 tot en met 31 juli 2009 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente(s) [plaatsnaam] en/of Deventer, in elk geval (telkens) in Nederland, een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door zich (op Internet) voor te doen als (een) (minderjarig[e]) meisje(s) (onder andere een meisje genaamd alias 1 verdachte]) en/of het aangaan van een "relatie" met na te noemen [slachtoffer 2] en/of zich voor te doen als de vader van (een van) die/dat meisje(s) en/of door de dreiging dat (een) man(nen) haar, [slachtoffer 2], zoud(en) opzoeken en/of naaktfoto's en/of films (op Internet) openbaar zouden worden gemaakt en/of naar haar ouders zouden worden gestuurd en/of (een) ouder(s) zou(den) worden vermoord als het contact met hem, verdachte, zou worden beëindigd, [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum], waarvan verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten
het maken van filmpjes en/of foto's waarop die [slachtoffer 2] (geheel of gedeeltelijk) naakt te zien was en/of zichzelf betastte en/of masturbeerde en/of
het uitkleden voor de webcam en/of
het (voor de webcam) brengen van een kaars, althans (een) voorwerp(en), in de vagina en/of het zichzelf (voor de webcam) vingeren;
6.
hij in of omstreeks de periode van 01 augustus 2009 tot en met 1 april 2010 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente(s) [plaatsnaam] en/of Noordoostpolder, in elk geval (telkens) in Nederland, een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door zich (op Internet) voor te doen als (een) (minderjarig[e]) meisje(s) (onder andere een meisje genaamd [alias 1 verdachte]) en/of het aangaan van een "relatie" met na te [slachtoffer 3] en/of zich voor te doen als de vader van (een van) die/dat meisje(s) en/of door de dreiging dat naaktfoto's en/of films (op Internet) openbaar zouden worden gemaakt en/of naar haar ouders zouden worden gestuurd als het contact met hem, verdachte, zou worden beëindigd, [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum], waarvan verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten
het maken van filmpjes en/of foto's waarop die [slachtoffer 3](geheel of gedeeltelijk) naakt te zien was en/of zichzelf betastte en/of masturbeerde en/of
het maken van foto's van haar borsten en/of vagina;
7.
hij in of omstreeks de periode van 01 november 2009 tot en met 30 juni 2010 op een of meer verschillende tijdstippen in de gemeente(s) [plaatsnaam] en/of Capelle aan den IJssel en/of Amsterdam en/of Zaandstad en/of Rotterdam, in elk geval (telkens) in Nederland, een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door zich (op Internet) voor te doen als (een) (minderjarig[e]) meisje(s) (onder andere een meisje genaamd [alias 1 verdachte]) en/of het aangaan van een "relatie" met na te noemen [slachtoffer 4] en/of zich voor te doen als de vader van (een van) die/dat meisje(s) en/of door de dreiging dat naaktfoto's en/of films (op Internet) openbaar zouden worden gemaakt als het contact met hem, verdachte, zou worden beëindigd, [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum], waarvan verdachte (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten
het maken van foto's en/of films waarop die [slachtoffer 4] geheel of gedeeltelijk naakt te zien was en/of zichzelf betastte en/of masturbeerde
en/of het (voor de webcam) brengen van een kaars en/of voetvijl en/of tandenborstel, althans (een) voorwerp(en), in de vagina en/of het zichzelf (voor de webcam) vingeren,
en/of
opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te dulden, te weten
het door verdachte betasten van de borsten en/of
het betasten van de vagina en/of
het brengen van verdachtes vinger(s) in de vagina en/of
het door [slachtoffer 4] aftrekken van verdachte en/of
het geven van (een) tongzoen(en) en/of
het (gedeeltelijk) brengen van zijn penis in de vagina en/of
het beffen van die [slachtoffer 4] ;
8.
hij op of omstreeks 21 april 2010 in de gemeente [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, een of meer gegevensdrager(s) bevattende één of meer afbeelding(en) en/of film(s), te weten een of meer hard-disk(s), in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) en/of film(s) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer)
- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon gekleed en/of opgemaakt is en/of in (een) (erotisch getinte) houding(en) poseert die niet bij haar leeftijd past en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden
(onder meer pv map B blz.272 onder 1.en blz. 274/275 onder 9.) en/of
- het betasten en/of likken van de vagina van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt
(onder meer pv map B blz. 272 onder 2. en blz. 275 onder 10.) en/of
- het in de mond (laten) nemen van de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt door een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 273 onder 3.) en/of
- het voornemen tot het vaginaal penetreren (met de penis) door een volwassen man van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (pv map B blz. 273 onder 4.) en/of
- het drukken van een (stijve) penis in/tegen de vagina en/of de anus/billen van en/of het ejaculeren op een baby
(pv map B blz. 273 onder 5.) en/of
- het drukken van een (stijve) penis in/tegen de anus/billen van en/of het ejaculeren op een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 274 onder 7.) en/of
- het vaginaal penetreren met de penis door een hond van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 273/274 onder 6.) en/of
- het door een volwassen man urineren in de mond van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 274 onder 8.) en/of
- het vaginaal penetreren (met de vinger) en/of het betasten en/of likken van de vagina een/of het drukken van een stijve penis tegen de vagina van en/of het masturberen boven en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 275 onder 11.) en/of
- het (laten) vasthouden en/of in de mond (laten) nemen van de stijve penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 275/276 onder 12.).
Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
3. De voorvragen
De rechtbank overweegt ambtshalve met betrekking tot de geldigheid van de dagvaarding onder 2 als volgt.
Vooropgesteld moeten worden dat aan de term "afbeelding van een seksuele gedraging" in de zin van art. 240b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis toekomt. Zonder feitelijke omschrijving van die afbeelding in de tenlastelegging voldoet de dagvaarding niet aan de in art. 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde eis van opgave van het feit.
De rechtbank is van oordeel dat de in de tenlastelegging onder 2 gegeven omschrijving van de afbeeldingen voldoende feitelijk is, in het licht van de recente jurisprudentie van de Hoge Raad, waaronder HR 20-12-2011 (LJN BS1739) .
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding ook overigens geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4. Overweging ten aanzien van het bewijs
A. Inleiding
Verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij een viertal meisjes, die nog geen zestien jaar oud waren, via internet heeft bewogen ontuchtige handelingen te verrichten voor de webcam. In een van deze gevallen zou het ook tot daadwerkelijk seksuele handelingen tussen verdachte en het meisje zijn gekomen. In een ander geval zou verdachte een ontmoeting hebben voorgesteld met het oogmerk om ontuchtige handelingen met het meisje te plegen (‘grooming’). Daarbij zou hij haar ook hebben onttrokken aan het ouderlijk gezag.
Tot slot wordt hij ervan verdacht kinderporno in bezit gehad te hebben.
B. Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van alle acht ten laste gelegde feiten.
C. Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Met betrekking tot feit 4 (de ‘grooming’) heeft hij vraagtekens gezet – zo begrijpt de rechtbank – bij het oogmerk van verdachte om ontuchtige handelingen te plegen. Verdachte heeft zelf ontkend seksuele bedoelingen gehad te hebben met de aangeefster. Met betrekking tot de feiten 5 en 6 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot feit 7 heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte ontkent het slachtoffer met zijn penis te hebben gepenetreerd. Feit 8 kan in de optiek van de raadsman bewezen worden.
D. Beoordeling van de tenlastelegging door de rechtbank
Feit 1
Onder 1 wordt verdachte verweten dat hij opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer 1], heeft onttrokken aan het wettig gezag.
De rechtbank stelt vast dat de tekst van de tenlastelegging als feitelijkheden waardoor verdachte de minderjarige aan het wettelijk gezag zou hebben onttrokken alleen vermeldt het maken van de afspraak met haar om haar te ontmoeten op het station in Amsterdam en het maken van de afspraak om per trein naar [plaatsnaam] te reizen. De rechtbank is van oordeel dat de genoemde feitelijkheden (het maken van twee afspraken) weliswaar te bewijzen zijn, maar dat dit niet oplevert het bewijs dat verdachte de minderjarige aan het wettelijk gezag heeft onttrokken.
De officier van justitie heeft in haar requisitoir meer feitelijkheden benoemd, zoals het daadwerkelijk meenemen door verdachte van de minderjarige in de trein. Wanneer hetgeen de officier van justitie aanvullend heeft aangevoerd was opgenomen in de tenlastelegging, zou wel een bewezenverklaring van dit feit hebben kunnen volgen.
Zoals de tenlastelegging thans luidt, moet verdachte naar het oordeel van de rechtbank echter worden vrijgesproken.
Feit 3
Om redenen van chronologie en narratieve logica zal de rechtbank eerst feit 3 en vervolgens feit 2 bespreken.
Op 12 september 2010 heeft [slachtoffer 1] een verklaring afgelegd tegenover de politie. Hierin vertelt zij dat zij via internet een meisje, genaamd [alias 2 verdachte], heeft leren kennen, op wie zij verliefd werd en met wie zij een relatie kreeg. Via [alias 2 verdachte] kreeg zij ook internetcontact met een meisje genaamd [alias 1 verdachte]. Een tijdje hadden zij een soort relatie met zijn drieën, totdat [alias 2 verdachte] het uitmaakte en [slachtoffer 1] alleen nog verkering had met [alias 1 verdachte]. In haar eerdere verklaring, afgelegd op 3 september 2010, heeft [slachtoffer 1] verklaard dat het eerste contact met [alias 2 verdachte] ongeveer anderhalve maand en met [alias 1 verdachte] ongeveer een maand , daarvoor had plaatsgevonden. [Slachtoffer 1] vertelt verder in haar verklaring van 12 september 2010 dat zij verliefd was op [alias 2 verdachte] en [alias 1 verdachte] en fantaseerde over seks met hen. Ook verklaart zij dat zij met de webcam naaktfoto’s van zichzelf heeft gemaakt en deze via internet heeft verstuurd naar [alias 2 verdachte] en [alias 1 verdachte]. Ze kreeg een keer naaktfoto’s terug. Toen [alias 1 verdachte] het een keer wilde uitmaken, zag ze het helemaal niet meer zitten en heeft zij met zelfmoord gedreigd. Als ze had geweten dat de foto’s in werkelijkheid door verdachte werden ontvangen, zou ze deze nooit verstuurd hebben, aldus [slachtoffer 1]
In het dossier bevindt zich een geboorteakte, waaruit blijkt dat [slachtoffer 1] is geboren op [geboortedatum]. [Slachtoffer 1] heeft verklaard dat haar kalenderleeftijd op haar internet-profiel stond en dat zij aan [alias 2 verdachte] ook heeft verteld dat zij veertien was.
Verdachte, die woonachtig is in [plaatsnaam], heeft na zijn aanhouding op 3 september 2010 een verklaring afgelegd , waarin hij onder meer verklaart dat hij [slachtoffer 1] op een internetsite heeft leren kennen. Verdachte deed dit onder de naam [alias 2 verdachte]. Hij voerde sinds één à anderhalve maand elke dag MSN-gesprekken met haar. Als ‘[alias 2 verdachte]’ zei verdachte dat hij een meisje van vijftien was en in Amsterdam woonde. [Slachtoffer 1] heeft verdachte een paar keer foto’s gestuurd waar zij zonder bovenkleren op stond. Verdachte wist dat [slachtoffer 1] veertien was. Het meisje ‘[alias 1 verdachte]’, de vriendin van [alias 2 verdachte], met wie [slachtoffer 1] ook contact had, betrof eveneens verdachte. Ook in de rol van [alias 1 verdachte] voerde verdachte via MSN gesprekken met [slachtoffer 1]. Verdachte merkte in de contacten dat [slachtoffer 1] verliefd was op [alias 1 verdachte]. Sommige van de gesprekken tussen ‘[alias 1 verdachte]’ en [slachtoffer 1] waren seksueel getint.
In zijn verhoor van 4 september 2010 heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer 1] ook wel naaktfoto’s heeft gestuurd van ‘[alias 1 verdachte]’. Ter terechtzitting van 12 juli 2011 heeft verdachte hierover verklaard dat hij dit deed in de hoop dat [slachtoffer 1] een naaktfoto van zichzelf terug zou sturen.
De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte zich, in strijd met de waarheid, op internet tegenover het slachtoffer heeft voorgedaan als een vijftienjarig meisje, dat open stond voor een (seksuele) relatie met het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat deze misleiding het slachtoffer (van wie verdachte wist dat zij nog geen achttien jaar oud was) ertoe gebracht heeft om foto’s waarop zijzelf geheel of gedeeltelijk naakt stond afgebeeld te maken en via internet aan verdachte te verzenden. Het slachtoffer heeft immers verklaard dat zij dit nooit gedaan zou hebben als zij wist dat zij de foto’s in werkelijkheid aan verdachte verstuurde.
De rechtbank is voorts van oordeel dat deze gedragingen als ontuchtige handelingen in de zin van artikel 248a Sr kunnen worden aangemerkt. Een ontuchtige handeling is een handeling van seksuele aard die in strijd is met de in de Nederlandse maatschappij geldende sociaal-ethische norm. Het laten maken van naaktfoto’s hoeft op zichzelf genomen nog geen ontuchtige handelingen op te leveren. De omstandigheden waaronder de foto’s in het onderhavige geval tot stand zijn gekomen, waarbij verdachte als volwassen man en onder valse voorwendselen een minderjarig meisje naakt in seksueel getinte poses heeft laten poseren, is echter wel degelijk aan te merken als strijdig met de sociaal-ethische norm en dus ontuchtig.
De rechtbank acht derhalve bewezen dat verdachte door misleiding de minderjarige [slachtoffer 1] opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen, op de wijze zoals hieronder in de rubriek ‘Bewezenverklaring’ aangegeven.
Feit 2
Op 3 september 2010 heeft de politie in de woning van verdachte in [plaatsnaam] de laptop van verdachte in beslag genomen. De laptop is onderzocht door een digitaal rechercheur. Deze heeft op de harde schijf van de laptop, in een map met de naam sexy\vriende\[naam]\[naam], naaktfoto’s aangetroffen van aangeefster [slachtoffer 1]. Deze foto’s zijn vervolgens bekeken en beschreven door twee gecertificeerde zedenrechercheurs. Op de foto's DSCO1864, DSCO1865, DSCO1866, DSCO1867, DSCO1868, DSCO1869, DSCO1870, DSCO1871, DSCO1872, DSCO1873, DSCO1874, DSCO1875, DSCO1876, naamloos23, naamloos34, picture 227 staat [slachtoffer 1]met ontbloot bovenlijf afgebeeld, waarbij haar borsten duidelijk zichtbaar zijn. Op de foto ‘picture 227’ is tevens het bovenste gedeelte van haar vagina zichtbaar. Op foto DSCO1872 ligt [slachtoffer 1] op bed waarbij haar borsten en vagina zichtbaar zijn afgebeeld.
Zoals hiervoor met betrekking tot feit 3 reeds, met vermelding van de vindplaatsen, is aangehaald, heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij naaktfoto’s van zichzelf heeft verstuurd aan verdachte in diens hoedanigheid van ‘[alias 2 verdachte]’ en/of ‘[alias 1 verdachte]’. Daarbij heeft de rechtbank voorts vastgesteld dat [slachtoffer 1] geboren is op [geboortedatum] en dus ten tijde van het maken van de afbeeldingen de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en dat verdachte hiervan op de hoogte was.
Verdachte heeft zelf op 4 oktober 2010 tegenover de politie verklaard dat het wel kan kloppen dat er foto’s van [slachtoffer 1] op zijn computer zijn aangetroffen, waarop haar borsten en vagina zichtbaar zijn.
De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
Feit 4
In haar verklaring van 12 september 2010 heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij die donderdag (de rechtbank begrijpt: 2 september 2010) heel graag [alias 1 verdachte] wilde zien. [Alias 1 verdachte] had die dag gezegd dat zij het uit wilde maken en daarom wilde [slachtoffer 1] naar haar toe. Via [alias 2 verdachte] had zij toen afgesproken dat zij op het Centraal Station in Amsterdam [verdachte], de vader van [alias 1 verdachte], zou ontmoeten en dat zij met hem naar [plaatsnaam] zou gaan. [Alias 2 verdachte] had het met haar een paar keer gehad over seks met [verdachte]. Zij vertelde dat zij dingen met hem moest doen (zoenen/aanraken) en zei dat [slachtoffer 1] daar ook maar eens over na moest denken. [Alias 1 verdachte] vertelde [slachtoffer 1] dat zij het ook deed met [verdachte]. Als de politie hen niet in [plaatsnaam] had aangesproken, denkt [slachtoffer 1] dat [verdachte] haar gedwongen zou hebben om seks met hem te hebben.
Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 1] op 2 september 2010 hem, in zijn hoedanigheid van [alias 2 verdachte], sms’te dat zij thuis weg wilde. Verdachte heeft haar toen, als [alias 2 verdachte], gezegd dat de vader van [alias 1 verdachte] haar wel zou komen ophalen in Amsterdam.
Verdachte heeft voorts verklaard dat hij, als [alias 1 verdachte], aan [slachtoffer 1] heeft gevraagd hoe zij het zou vinden om seks te hebben met de vader van [alias 1 verdachte], met andere woorden: met verdachte. Verdachte is vervolgens naar Amsterdam gegaan en heeft [slachtoffer 1] op perron 7a of 7b ontmoet.
Bij zijn aanhouding had verdachte een tweetal telefoons bij zich, waaronder een Sony Ericsson W995. De telefoons zijn in beslag genomen en onderzocht. De Sony Ericsson bleek de volgende twee verzonden sms-berichten te bevatten, verstuurd naar telefoonnummer [telefoonnummer], het nummer waarvan [slachtoffer 1] heeft verklaard dat het haar nummer is :
verzonden 02-09-2010, 23.41 uur, aan [telefoonnummer] ([slachtoffer 1]):
Hmm denk je btg is op:( maar hij komt op 7a of b volgens mij ik weet ni als ze zo laat rijden kan ni alles uit me hoofdje :( maar denk 7a (…) liefs [alias 2 verdachte]
Verzonden 02-09-2010, 23.54 uur: aan [telefoonnummer] ([slachtoffer 1])
[naam] hij staat op 7a met een petje bij de trap
De rechtbank verwijst voorts naar hetgeen zij hiervoor bij de bespreking van feit 3 heeft vastgesteld met betrekking tot de leeftijd van [slachtoffer 1] en de wetenschap van verdachte daaromtrent.
Verdachte heeft ontkend dat hij bij het maken van de afspraak met [slachtoffer 1] seksuele bedoelingen had.
De rechtbank overweegt dat bij het hierna te bespreken bewezen verklaarde feit 7 gebleken is dat verdachte bij het slachtoffer [slachtoffer 4] op een vergelijkbare wijze te werk is gegaan als met betrekking tot [slachtoffer 1]. Punten van overeenkomst zijn: het door verdachte als ‘[alias 1 verdachte]’ via internet aangaan van een relatie met het slachtoffer, het zichzelf later in het contact presenteren als [verdachte] de vader van [alias 1 verdachte] en het als [alias 1 verdachte] aan het slachtoffer voorstellen om seks te hebben met [verdachte]. In het geval van [slachtoffer 4] zijn de ontmoetingen op daadwerkelijke seksuele handelingen uitgelopen.
De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, bezien in samenhang met het onder 7 bewezen verklaarde feit, bewezen kan worden dat verdachte wel degelijk het oogmerk heeft gehad ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1] te plegen.
De rechtbank acht dit feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 5
Op 17 november 2009 heeft [slachtoffer 2] een verklaring afgelegd bij de politie. Hierin vertelt zij dat zij ongeveer drie jaar geleden via internet een meisje heeft leren kennen, van wie zij dacht dat ze een jaar of zestien was. Ze spraken elkaar veel via MSN. Op een gegeven moment zei iemand die ook met haar omging op MSN dat het geen meisje was maar een man van veertig. Na verloop van tijd realiseerde [slachtoffer 2] zich dat dat verhaal waar was. Verdachte deed zich voor als [alias 1 verdachte], maar ook als haar vader. In het begin hadden zij gewone leuke gesprekken over alledaagse dingen. Na een tijdje begon [alias 1 verdachte] te zeggen dat zij [slachtoffer 2] heel leuk vond en dat zij iets met haar wilde. [Slachtoffer 2] zei dat zij dat ook wel wilde en toen kregen zij iets met elkaar. Dat was precies op 21 december 2006. [Alias 1 verdachte] stelde zich op de site waar [slachtoffer 2] haar leerde kennen voor als [alias 1 verdachte], een meisje van zestien jaar. [Slachtoffer 2] vond dat zij er leuk uitzag op de foto’s bij haar profiel. Volgens de informatie op de site had [alias 1 verdachte] dezelfde muzieksmaak en interesses als [slachtoffer 2] en dat sprak haar aan. [Alias 1 verdachte] was heel aardig en deed gelijk of ze haar helemaal begreep. Ook had zij op haar profiel staan dat zij lesbisch was.
Na een tijdje vroeg [alias 1 verdachte] of [slachtoffer 2] haar webcam aan wilde doen. Ze begon een beetje aan te dringen dat [slachtoffer 2] zich uit zou kleden voor de webcam en naaktfoto’s zou maken. [Slachtoffer 2] wilde dat helemaal niet, maar [alias 1 verdachte] bleef het aan één stuk door vragen. Als [slachtoffer 2] zei dat ze het niet wilde, werd [alias 1 verdachte] een beetje kwaad en reageerde heel chagrijnig. Na een tijdje heeft [slachtoffer 2] toch van die foto’s gemaakt, met haar digitale fotocamera. Dat waren foto’s van haar hele lichaam, die zij maakte in de slaapkamer of onder de douche. Die foto’s stuurde ze dan via MSN of via email naar [alias 1 verdachte]. [Alias 1 verdachte] deed altijd heel lief als [slachtoffer 2] foto’s had gestuurd. Gelijk daarna kwam dan meestal de vraag of zij nieuwe foto’s wilde maken. [Slachtoffer 2] heeft zeker honderd naaktfoto’s aan [alias 1 verdachte] gestuurd. Ook moest [slachtoffer 2] zich uitkleden voor de webcam en aan haar lichaam zitten. Dat zei verdachte tegen haar via MSN, in de persoon van [alias 1 verdachte]. Dit begon een paar maanden nadat [slachtoffer 2] iets met [alias 1 verdachte] kreeg. Verdachte stelde, in de hoedanigheid van [alias 1 verdachte], voor dat [slachtoffer 2] met een kaars in haar vagina moest gaan. Dat heeft [slachtoffer 2] ook gedaan, voor de webcam. Dat is drie of vier keer gebeurd. Het deed zeer en zij wilde het eigenlijk niet doen, maar “[alias 1 verdachte]” vroeg het heel opdringerig. [Slachtoffer 2] heeft ook nog twee of drie naaktfilmpjes gemaakt, waarbij zij met haar handen tussen haar benen moest en met haar vinger in haar vagina moest gaan of aan haar borsten moest zitten. Die filmpjes heeft [slachtoffer 2] via MSN aan [alias 1 verdachte] opgestuurd.
Toen [slachtoffer 2] contact kreeg met “[alias 1 verdachte]”, heeft zij haar haar kalenderleeftijd gezegd, namelijk veertien. In het begin heeft zij vaak geprobeerd met [alias 1 verdachte] af te spreken, maar elke keer was er wel weer een vage reden waarom dat niet kon.
Aldus de verklaring van [slachtoffer 2].
In het dossier bevindt zich een geboorteakte, waaruit blijkt dat [slachtoffer 2] is geboren op [geboortedatum].
Op 21 april 2010 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van de woning van verdachte in [plaatsnaam]. Hierbij zijn onder meer een laptop en een harde schijf in beslag genomen.
Deze gegevensdragers zijn nader onderzocht. Op de harde schijf zijn foto’s en films aangetroffen waarop [slachtoffer 2] herkenbaar is. Onder meer is te zien dat zij masturbeert.
Verdachte heeft verklaard dat hij zo’n 2,5 jaar contact heeft gehad met [slachtoffer 2] uit [plaatsnaam]. Hij is in de zomer van 2006 onder de naam [alias 1 verdachte] via een profielensite op internet met haar in contact gekomen. [Slachtoffer 2] was dertien toen hij haar leerde kennen. Hij had het idee dat [slachtoffer 2] verliefd was op [alias 1 verdachte] en op 21 december 2006 kregen [slachtoffer 2] en “[alias 1 verdachte]” verkering via MSN. Verdachte verklaart dat [slachtoffer 2] foto’s van zichzelf heeft verstuurd aan [alias 1 verdachte], blote en gewone, en ook filmpjes, waarop [slachtoffer 2] zichzelf bevredigde met haar hand. Van het bevredigen met een kaars is alleen een foto. De filmpjes waarop [slachtoffer 2] masturbeert, zijn via MSN op de computer van verdachte gekomen. Verdachte denkt dat hij ongeveer 30 foto’s en twee filmpjes op seksgebied heeft ontvangen van [slachtoffer 2]. De relatie tussen verdachte/[alias 1 verdachte] en [slachtoffer 2] is rond 22 augustus 2009 beëindigd, aldus verdachte.
De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte zich, in strijd met de waarheid, op internet tegenover het slachtoffer heeft voorgedaan als een minderjarig meisje genaamd [alias 1 verdachte] en in die hoedanigheid een ‘relatie’ is aangegaan met het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat deze misleiding het slachtoffer (van wie verdachte wist dat zij nog geen achttien jaar oud was) ertoe gebracht heeft om foto’s en films te maken waarop zij geheel of gedeeltelijk naakt te zien was en seksuele handelingen verrichte. Het slachtoffer heeft immers verklaard dat zij dit eigenlijk niet wilde, maar het deed omdat ‘[alias 1 verdachte]’ zo aandrong.
In de tenlastelegging wordt als een van de feitelijkheden waardoor verdachte het slachtoffer heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen genoemd het doen van dreigende uitlatingen. De officier van justitie heeft ter terechtzitting verklaard dat deze bedreigingen moeten worden geplaatst in het kader van de misleiding.
De rechtbank stelt voorop dat bedreiging geen bestanddeel is van de delictsomschrijving van artikel 248a Sr. De rechtbank stelt voorts vast dat weliswaar uit de bewijsmiddelen volgt dat de in de tenlastelegging genoemde bedreigingen zijn geuit, maar dat levert naar het oordeel van de rechtbank geen misleiding op zoals door de officier van justitie gesteld, noch een van de andere in artikel 248a Sr genoemde middelen. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Vorenstaande overweging geldt, mutatis mutandis, ook voor de feiten 6 en 7.
De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte door misleiding de minderjarige [slachtoffer 2] opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen, op de wijze zoals hieronder in de rubriek ‘Bewezenverklaring’ aangegeven.
Feit 6
[Slachtoffer 3] heeft op 11 juni 2011 tegenover de politie verklaard dat zij in augustus 2009 via een internetsite een meisje had leren kennen, dat [alias 3 verdachte] heette. [Alias 3 verdachte] zei dat ze zestien jaar was en in Garijp woonde. Later vertelde zij dat zij [alias 1 verdachte] heette en in Engeland woonde. [Alias 3 verdachte] had op haar profiel op internet staan dat zij lesbisch was. [slachtoffer 3] en [alias 3 verdachte] kregen verkering. [Slachtoffer 3] vertelde [alias 3 verdachte] dat zij zestien was. De vader van [alias 3 verdachte] heette [verdachte] en woonde in [plaatsnaam]. [Alias 3 verdachte] stuurde [slachtoffer 3] naaktfoto’s en vroeg wat zij van die foto’s vond. [Slachtoffer 3] zei dat zij de foto’s wel sexy vond en dat zij dat misschien zelf ook zou doen. [Alias 3 verdachte] vroeg aan [slachtoffer 3] of zij naaktfoto’s wilde maken. [Slachtoffer 3] heeft toen foto’s gemaakt voor [alias 3 verdachte], omdat ze het gevoel had dat zij iets terug moest doen. In totaal heeft zij rond de tien naaktfoto’s gestuurd aan [alias 3 verdachte] gestuurd, waarop haar borsten en vagina zichtbaar zijn. Een week voor Oud en Nieuw 2010 (de rechtbank leest: 2009) heeft [slachtoffer 3] het uitgemaakt met [alias 3 verdachte]. Tot en met maart 2010 heeft [alias 3 verdachte] haar nog gestalkt.
In het dossier bevindt zich een geboorteakte, waaruit blijkt dat [slachtoffer 3] is geboren op [geboortedatum].
Op 21 april 2010 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van de woning van verdachte in [plaatsnaam]. Hierbij zijn onder meer een laptop en een harde schijf in beslag genomen.
Deze gegevensdragers zijn nader onderzocht. Op de harde schijf zijn foto’s aangetroffen waarop [slachtoffer 3] herkenbaar is. Onder meer is te zien is dat zij zichzelf betast en masturbeert.
Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 3] kent via internet en MSN. [Slachtoffer 3] was zestien toen hij haar leerde kennen. Verdachte gebruikte tegenover haar de namen [alias 1 verdachte] en [alias 3 verdachte]. Verdachte had onder die namen chatcontact met [slachtoffer 3]. Het klopt dat [slachtoffer 3] naaktfoto’s heeft verstuurd aan verdachte in de persoon van [alias 3 verdachte]. Het klopt ook dat er foto’s van [slachtoffer 3] op zijn computer stonden, aldus verdachte.
De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte zich, in strijd met de waarheid, op internet tegenover het slachtoffer heeft voorgedaan als een minderjarig meisje genaamd [alias 3 verdachte] en als een minderjarig meisje genaamd [alias 1 verdachte] en in die hoedanigheid een ‘relatie’ is aangegaan met het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat deze misleiding het slachtoffer (van wie verdachte wist dat zij nog geen achttien jaar oud was) ertoe gebracht heeft om foto’s en films te maken waarop zij geheel of gedeeltelijk naakt te zien was en seksuele handelingen verrichte. Reeds uit het feit dat namens het slachtoffer aangifte is gedaan tegen verdachte, blijkt dat zij niet uit eigen vrije wil is overgegaan tot het plegen van de bewezen verklaarde ontuchtige handelingen.
De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte door misleiding de minderjarige [slachtoffer 3] opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen, op de wijze zoals hieronder in de rubriek ‘Bewezenverklaring’ aangegeven.
Feit 7
[Slachtoffer 4] heeft op 27 juli 2010 aangifte gedaan bij de politie. Hierbij heeft zij onder meer verteld dat zij eind november 2009 via [website], een dating-/profielensite op internet, in contact was gekomen met [alias 4 verdachte]. [Alias 4 verdachte] vertelde dat zij zeventien jaar was en uit [plaatsnaam] kwam. Dit stond ook in haar profiel vermeld. [Slachtoffer 4] kon in een privémap ook foto’s van [alias 4 verdachte] zien. Dit bleken allemaal erotische foto's. Tot februari 2010 had Ilse dagelijks contact met [alias 4 verdachte] via MSN en sms. Tijdens dit contact is [slachtoffer 4] verliefd geworden op [alias 4 verdachte] en op 31 december 2009 kregen zij een relatie. [Slachtoffer 4] heeft [alias 4 verdachte] nooit in het echt ontmoet. [Slachtoffer 4] heeft in de periode januari/februari 2009 verschillende naaktfoto’s van zichzelf aan [alias 4 verdachte] gestuurd. [Alias 4 verdachte] had namelijk tegen [slachtoffer 4] gezegd dat het normaal was om naaktfoto’s naar elkaar te sturen als je via internet een relatie hebt. In dezelfde periode heeft zij ook een of twee videofilmpjes van zichzelf aan [alias 4 verdachte] gestuurd waarop haar naakte bovenlichaam te zien was. [Alias 4 verdachte] vertelde [slachtoffer 4] dat zij van december 2006 tot en met september/oktober 2009 een relatie had gehad met [alias 1 verdachte] en dat zij de laatste maanden van de relatie met [alias 1 verdachte] ook een relatie had gehad met haar vader, [verdachte]. [Alias 4 verdachte] vroeg [slachtoffer 4] via [website] contact op te nemen met [verdachte]. Dit heeft [slachtoffer 4] gedaan, halverwege januari en [slachtoffer 4] en [verdachte] hebben elkaar via MSN gesproken.
Op 12 februari 2010 kreeg [slachtoffer 4] voor het eerste contact met [alias 1 verdachte], via een sms. Later had zij contact met haar via MSN. [Alias 1 verdachte] vertelde dat zij in een inrichting zat. [Slachtoffer 4] werd ook verliefd op [alias 1 verdachte] en op 21 februari 2010 kregen zij eveneens een ‘digitale’ relatie. Inmiddels was het contact tussen [slachtoffer 4] en [alias 4 verdachte] verbroken.
Ook tijdens het contact met [alias 1 verdachte] heeft [slachtoffer 4] verschillende naaktfoto’s en –video’s via de msn verstuurd. [Alias 1 verdachte] vroeg daar om. In totaal ging het om ongeveer vijf erotische video’s en 50 tot 75 naaktfoto's. Op deze filmpjes bevredigde [slachtoffer 4] zichzelf. Een of twee keer heeft zij een erotisch filmpje gemaakt onder de douche. [Alias 1 verdachte] kon dan live meekijken, omdat [slachtoffer 4] haar laptop met webcam in de douche had gezet. [Alias 1 verdachte] vroeg [slachtoffer 4] ook dingen te doen met voorwerpen. Ze heeft zichzelf twee of drie keer voor de camera bevredigd met een elektrische tandenborstel en ook een aantal keren met de achterkant van een voetvijl. [Slachtoffer 4] verklaart dat zij wel meer dan twintig keer naakt voor de webcam heeft gezeten als ze met [alias 1 verdachte] achter de computer zat. [Slachtoffer 4] deed alles wat [alias 1 verdachte] vroeg, omdat zij verliefd op haar was.
In maart 2010 heeft [slachtoffer 4] [verdachte] voor het eerst gezien, tijdens een schoolreisje naar Leiden. Ze heeft [verdachte] ontmoet bij het station en is met hem naar een parkje gegaan, waar zij hebben gepraat. Ze deed dit omdat [alias 1 verdachte] en [verdachte] graag wilden dat ze met [verdachte] afsprak.
[Alias 1 verdachte] vond dat [slachtoffer 4] vaker met [verdachte] moest afspreken. Zij stelde [slachtoffer 4] ook voor om seks te hebben met [verdachte]. [Alias 1 verdachte] zei dat zij zelf ook seks had gehad met [verdachte].
In april 2010 heeft [slachtoffer 4] [verdachte] weer ontmoet bij het Centraal Station in Amsterdam. Ze zijn naar een stil plekje gegaan, waar [verdachte] aan haar borsten en aan haar clitoris heeft gezeten. Daarna heeft [verdachte] [slachtoffer 4] meegenomen de bosjes in. Daar heeft hij haar gevingerd en hebben ze getongzoend. Ook heeft zij [verdachte] afgetrokken in de bosjes. [Slachtoffer 4] verklaart dat ze het niet echt lekker vond, met een oude man. Ze deed het meer voor [alias 1 verdachte]. [Alias 1 verdachte] zei later via MSN dat [slachtoffer 4] meer handelingen bij [verdachte] moest verrichten. [Slachtoffer 4] begreep dat hiermee seksuele handelingen werden bedoeld.
De derde ontmoeting met [verdachte] was op 16 mei 2010 bij het station in Zaandam. [Slachtoffer 4] en [verdachte] zijn naar een woning in [plaatsnaam] gegaan, waar zij in de slaapkamer seks hebben gehad. [Verdachte] heeft de borsten van [slachtoffer 4] gestreeld, ze hebben getongzoend en hij heeft haar gebeft en gevingerd. Op een gegeven moment kwam [verdachte] op [slachtoffer 4] liggen en vroeg of hij in haar mocht komen. [Slachtoffer 4] gaf hierop geen antwoord. Ze zegt van zichzelf dat zij niet echt iemand is die ‘nee’ kan zeggen. Bovendien had [alias 1 verdachte] tegen [slachtoffer 4] gezegd dat het tijd werd om meer met [verdachte] te doen. [Verdachte] probeerde met zijn penis in haar vagina te komen. Het deed erg veel pijn. Hij is ongeveer een centimeter met zijn penis in haar vagina geweest. Het was haar opgevallen dat [verdachte] een soort wondjes en schilfertjes op zijn penis had.
Eind juni had [slachtoffer 4] met [verdachte] afgesproken bij station Rotterdam Alexander. Ze zijn naar het Kralingse bos gegaan, waar ze op een kleedje hebben gezeten. [Verdachte] had het de hele tijd over seks. Hij heeft toen aan de borsten van [slachtoffer 4] gezeten en hij heeft haar gevingerd. [Slachtoffer 4] wilde dit eigenlijk niet, maar ze durfde ook geen nee te zeggen.
Begin juli 2010 heeft [slachtoffer 4] besloten dat zij aangifte wilde doen. Ze had in de tussentijd gesproken met de echte [slachtoffer 2] uit [plaatsnaam], die haar vertelde dat zij ook slachtoffer was geweest van [verdachte] en dat [alias 1 verdachte] niet bestond.
In het dossier bevindt zich een geboorteakte, waaruit blijkt dat [slachtoffer 4] is geboren op [geboortedatum].
Op 9 augustus 2010 is [slachtoffer 2] nogmaals gehoord door de politie. Hierbij heeft zij onder meer het volgende verteld:
Op 10 juli (2010) was [slachtoffer 2] alleen thuis. De bel ging. [Slachtoffer 2] deed open en voor de deur stond een meisje, dat haar heel verbaasd aankeek en vroeg of zij [slachtoffer 2 ]was. [Slachtoffer 2] zei “Ja”, waarop het meisje zei: “Ken je mij niet”. [Slachtoffer 2] herkende het meisje niet. Toen zei het meisje: “Je kent me toch wel, want we hebben twee maanden iets gehad samen.” Het meisje vertelde dat zij [slachtoffer 4] heette en dat zij [slachtoffer 2] had leren kennen op een profielensite op internet., waar foto’s op stonden van [slachtoffer 2] en gegevens over haar interesses. [Slachtoffer 4] vertelde haar dat [verdachte] zich op de site voordeed als [slachtoffer 2]. Ook stond op de site dat [slachtoffer 2] lesbisch was. [Verdachte] had ook naaktfoto’s van [slachtoffer 2] daarbij gezet. Het contact van [slachtoffer 4] met de zogenaamde [slachtoffer 2] was eind november (de rechtbank begrijpt: 2009) ontstaan. [Verdachte] doet zich ook voor als zijn dochter [alias 1 verdachte] en als zichzelf. [Slachtoffer 4] heeft later ook contact gekregen met [alias 1 verdachte] en met de ‘echte’ [verdachte]. Na een tijdje heeft ze ook in het echt met [verdachte] afgesproken. [Slachtoffer 4] moest zich ook uitkleden en seksuele dingen doen voor de webcam en ook naaktfoto’s en filmpjes maken. Daar bleef het bij haar niet bij, want toen zij met hem had afgesproken, zijn er ook dingen gebeurd. [Slachtoffer 4] ging bijvoorbeeld een keer met school een dagje ergens heen en toen is hij ook naar die plaats gekomen. [Slachtoffer 4] heeft daar samen met hem in de bosjes gezeten en toen probeerde hij in haar te komen, eerst met zijn vingers en daarna probeerde hij het met zijn penis, maar dat paste niet en toen ging hij niet door. Hij heeft zo op haar ingepraat dat zij het uiteindelijk maar toeliet. Dat geldt eigenlijk ook voor het afspreken. [Alias 1 verdachte] praat altijd over haar vader, dat hij heel erg zielig en alleen is. [Slachtoffer 4] vertelde verder dat zij naaktfoto’s en een filmpje had gestuurd naar de zogenaamde [alias 4 verdachte] en naar [alias 1 verdachte] en [verdachte]. Ook heeft ze een keer de webcam aan gehad in de badkamer, zo vertelde [slachtoffer 4] aan [alias 4 verdachte].
De bij de doorzoeking op 21 april 2010 in de woning van verdachte in [plaatsnaam] in beslag genomen laptop en harde schijf zijn door de politie onderzocht. Op de harde schijf is een foto van [slachtoffer 4] met ontbloot bovenlichaam aangetroffen en een filmpje waarop te zien is dat zij naakt is en masturbeert met een voorwerp dat kennelijk is bedoeld om eelt te verwijderen.
Op 19 januari 2011 ontving verbalisant [verbalisant 1] een email van [slachtoffer 4], met als bijlagen 7 foto’s en een filmpje. Op twee van de foto’s is [slachtoffer 4] herkenbaar. Zij is naakt en houdt een stijve penis vast. Op een andere foto is zien dat een stijve penis tegen een vagina gedrukt wordt. Op weer een andere foto wordt een hand tegen een vagina gehouden. Op het filmpje is te zien dat verdachte een meisje oraal bevredigt.
[Slachtoffer 4] heeft verklaard dat de foto’s en het filmpje op 16 mei 2010 zijn gemaakt in [plaatsnaam]. De lichamen die te zien zijn, zijn van [slachtoffer 4] en van verdachte, aldus [slachtoffer 4]. Zij heeft de foto’s en het filmpje gemaakt met de mobiele telefoon waarvan zij dacht dat die van [alias 1 verdachte] was, maar die in werkelijkheid van verdachte was. Later heeft verdachte de foto’s en het filmpje aan haar doorgestuurd.
Verdachte heeft verklaard dat hij sinds februari 2010, als [alias 1 verdachte], contact had met [slachtoffer 4]. Hij heeft haar leren kennen via de site [website]. Ze had hem verteld dat zij zeventien was. [Slachtoffer 4] en “[alias 1 verdachte]” waren verliefd op elkaar. Verdachte heeft [slachtoffer 4] een aantal keren, als zichzelf, ontmoet, onder meer in Zaandam, Amsterdam en Leiden. Hij heeft zich daarbij voorgesteld als [verdachte], de vader van [alias 1 verdachte]. Hij heeft foto’s van [slachtoffer 4] ontvangen waarop zij gedeeltelijk naakt was. Het zou kunnen dat hij filmpjes toegestuurd had gekregen waarop te zien was dat zij zich bevredigde met een elektrische tandenborstel en een voetvijl.
Op de terechtzitting van 12 juli 2011 heeft verdachte verklaard dat het klopt dat hij, in de hoedanigheid van [alias 1 verdachte], [slachtoffer 4] heeft aangemoedigd om hem, [verdachte], te ontmoeten en dat hij tegen haar had gezegd dat [alias 1 verdachte] seks had gehad met [verdachte]. Ook verklaarde hij dat hij met [slachtoffer 4] in een woning in [plaatsnaam] had getongzoend en dat hij haar had gevingerd en gebeft.
De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte zich, in strijd met de waarheid, op internet tegenover het slachtoffer heeft voorgedaan als een minderjarig meisje genaamd [alias 4 verdachte] en als een minderjarig meisje genaamd [alias 1 verdachte] en in die hoedanigheid een ‘relatie’ is aangegaan met het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat deze misleiding het slachtoffer (van wie verdachte wist dat zij nog geen achttien jaar oud was) ertoe gebracht heeft om foto’s en films te maken waarop zij geheel of gedeeltelijk naakt te zien was en seksuele handelingen verrichtte en tot het dulden van door verdachte gepleegde ontuchtige handelingen. Uit de verklaring van de aangeefster blijkt duidelijk dat zij slechts tot het plegen en dulden van de ontuchtige handelingen is overgegaan, omdat zij hiertoe door verdachte, in zijn valse hoedanigheid van [alias 4 verdachte] of [alias 1 verdachte], werd aangezet.
De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte door misleiding de minderjarige [slachtoffer 4] opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen, op de wijze zoals hieronder in de rubriek ‘Bewezenverklaring’ aangegeven.
In weerwil van de ontkenning van verdachte acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte zijn penis (gedeeltelijk) in de vagina van het slachtoffer heeft gebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding op dit punt niet de aangifte te volgen, te meer daar deze wordt ondersteund door één van de door de aangeefster aan de politie ter beschikking gestelde foto's.
Voorts merkt de rechtbank nog op dat het in de laatste alinea van de tenlastelegging genoemde aftrekken van verdachte door het slachtoffer niet kan worden beschouwd als het ‘dulden’ van een ontuchtige handeling. Dit onderdeel kan daarom – ook al kan uit de bewijsmiddelen worden afgeleid dat het wel heeft plaatsgevonden – niet bewezen worden verklaard.
feit 8
De bij de doorzoeking op 21 april 2010 van de woning van verdachte in [plaatsnaam] in beslag genomen harde schijven zijn onderzocht door zedenrechercheurs. Bij dit onderzoek zijn 762 multimediafiles (753 plaatjes en 9 films) aangetroffen, die voldeden aan de criteria van kinderporno in de zin van artikel 240b Sr. Twaalf van deze multimediafiles zijn in het proces-verbaal omschreven op de wijze zoals in de tenlastelegging vermeld. De omschreven multimediafiles vormen een doorsnee van het aangetroffen kinderpornografisch materiaal.
Vast staat dat het materiaal is aangetroffen op hard-disks die in gebruik waren bij verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij het materiaal ongewild op zijn computer heeft gekregen bij het downloaden van een film via [website]. De rechtbank acht het echter onaannemelijk dat een dergelijk grote hoeveelheid aan kinderpornografisch materiaal zich spontaan, via een virus of anderszins, op de computer van verdachte heeft genesteld.
De rechtbank acht dit feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.
5. Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
2.
hij op 3 september 2010 in de gemeente [plaatsnaam] een gegevensdrager, te weten een computer, bevattende afbeeldingen, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit
- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose van die persoon nadrukkelijk de ontblote borsten en/of geslachtsdelen in beeld gebracht worden (pv B 277/278, foto nr. DSCO1864, DSCO1865, DSCO1866, DSCO1867, DSCO1868, DSCO1869, DSCO1870, DSCO1871, DSCO1872, DSCO1873, DSCO1874, DSCO1875, DSCO1876, naamloos23, naamloos34, picture 227);
3.
hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 2 september 2010 in de gemeente [plaatsnaam] door misleiding, te weten door het aannemen van een valse hoedanigheid en door zich op Internet voor te doen als een meisje dat een (seksuele) relatie wilde aangaan met na te noemen [slachtoffer 1], die [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen, te weten het maken van foto's van zichzelf waarop zij geheel of gedeeltelijk naakt stond afgebeeld en/of het via Internet verzenden van die foto's aan verdachte;
4.
hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 2 september 2010 in Nederland door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst, [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen, terwijl hij enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij, verdachte, tijdens gesprekken via MSN en door middel van sms-berichten met die [slachtoffer 1] de afspraak gemaakt dat zij elkaar op 2 september 2010 omstreeks 23.45 uur op het Centraal station te Amsterdam zouden ontmoeten;
5.
hij op tijdstippen in de periode van 1 december 2006 tot en met 31 juli 2009 in de gemeente [plaatsnaam] meermalen door misleiding, te weten door het aannemen van een valse hoedanigheid en door zich op Internet voor te doen als een minderjarig meisje, genaamd [alias 1 verdachte] en door het aangaan van een "relatie" met na te noemen [slachtoffer 2], [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum], van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten
het maken van filmpjes en foto's waarop die [slachtoffer 2](geheel of gedeeltelijk) naakt te zien was en/of zichzelf betastte en/of masturbeerde en
het uitkleden voor de webcam en
het voor de webcam brengen van een kaars in de vagina en/of het zichzelf voor de webcam vingeren;
6.
hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2009 tot en met 1 april 2010 in de gemeente [plaatsnaam] meermalen door misleiding, te weten door het aannemen van een valse hoedanigheid en door zich op Internet voor te doen als een minderjarig meisje genaamd [alias 1 verdachte] en als een meisje genaamd [alias 3 verdachte] en door het aangaan van een "relatie" met na te noemen [slachtoffer 3] en/of zich voor te doen als de vader van dat meisje, [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum], van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten
het maken van filmpjes en foto's waarop die [slachtoffer 3] (geheel of gedeeltelijk) naakt te zien was en/of zichzelf betastte en/of masturbeerde en
het maken van foto's van haar borsten en/of vagina;
7.
hij op tijdstippen in de periode van 1 november 2009 tot en met 30 juni 2010 in de gemeente [plaatsnaam] door misleiding, te weten door het aannemen van een valse hoedanigheid en door zich op Internet voor te doen als een minderjarig meisje, genaamd [alias 4 verdachte] en als een minderjarig meisje genaamd [alias 1 verdachte] en het aangaan van een "relatie" met na te noemen [slachtoffer 4], [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum], van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten
het maken van foto's en films waarop die [slachtoffer 4] geheel of gedeeltelijk naakt te zien was en/of zichzelf betastte en/of masturbeerde en
het voor de webcam brengen van een kaars en/of voetvijl en/of tandenborstel in de vagina en
het zichzelf voor de webcam vingeren,
en
op tijdstippen in de periode van 1 november 2009 tot en met 30 juni 2010 in de gemeenten Amsterdam en Zaanstad en Rotterdam door misleiding, te weten door het aannemen van een valse hoedanigheid en door zich op Internet voor te doen als een minderjarig meisje, genaamd [alias 4 verdachte] en als een minderjarig meisje genaamd [alias 1 verdachte] en het aangaan van een "relatie" met na te noemen [slachtoffer 4] en zich voor te doen als de vader van een van die meisjes, [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum], van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te dulden, te weten
het door verdachte betasten van de borsten en het betasten van de vagina en het brengen van verdachtes vingers in de vagina en het geven van tongzoenen en het gedeeltelijk brengen van zijn penis in de vagina en het beffen van die [slachtoffer 4];
8.
hij op 21 april 2010 in de gemeente [plaatsnaam], gegevensdragers, te weten hard-disks in bezit heeft gehad, bevattende afbeeldingen en films, terwijl op die afbeeldingen en films seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit
- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon gekleed en/of opgemaakt is en/of in erotisch getinte houdingen poseert die niet bij haar leeftijd passen en/of door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden
(pv map B blz.272 onder 1.en blz. 274/275 onder 9.) en
- het betasten en likken van de vagina van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt
(pv map B blz. 272 onder 2. en blz. 275 onder 10.) en
- het in de mond (laten) nemen van de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt door een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 273 onder 3.) en
- het voornemen tot het vaginaal penetreren met de penis door een volwassen man van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 273 onder 4.) en
- het drukken van een stijve penis in de vagina van en het ejaculeren op een baby
(pv map B blz. 273 onder 5.) en
- het drukken van een stijve penis in de anus van en het ejaculeren op een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 274 onder 7.) en
- het vaginaal penetreren met de penis door een hond van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 273/274 onder 6.) en
- het door een volwassen man urineren in de mond van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 274 onder 8.) en
- het vaginaal penetreren met de vinger en het betasten en likken van de vagina en het drukken van een stijve penis tegen de vagina van en het masturberen boven en ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 275 onder 11.) en
- het (laten) vasthouden en in de mond (laten) nemen van de stijve penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
(pv map B blz. 275/276 onder 12.).
6. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Er zijn geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 2
Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben.
Ten aanzien van feit 3, feit 5 en feit 6
Door misleiding een persoon, van wie hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd.
Ten aanzien van feit 4
Door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan een persoon, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, terwijl hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.
Ten aanzien van feit 7
Door misleiding een persoon, van wie hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en te dulden, meermalen gepleegd.
Ten aanzien van feit 8
Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.
7. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is in opdracht van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank onderzocht door de psycholoog Koornstra en de psychiater Van Ekeren. In de hierna in de rubriek Strafoplegging nader te bespreken rapporten van deze deskundigen wordt geadviseerd verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De rechtbank neemt dit advies over. De rechtbank is daarom van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde aan verdachte kan worden toegerekend, zij het in verminderde mate.
Ook overigens is niet gebleken van enige omstandigheid die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
8. De strafoplegging
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest, en daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden.
Standpunt van de verdachte/de verdediging
De raadsman heeft ervoor gepleit om, naast de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van verdachte.
De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen:
Verdachte, een man van ruim veertig jaar oud, heeft zich op internet voorgedaan als een meisje van vijftien of zestien jaar oud en heeft in die hoedanigheid contact gelegd met een aantal minderjarige meisjes. In het contact met de meisjes heeft hij hun vertrouwen gewonnen, zodanig dat zij verliefd werden op zijn alter ego en er een ‘relatie’ ontstond. Tijdens intensieve chatcontacten heeft hij de meisjes, van wie hij wist dat zij nog geen achttien waren, ertoe overgehaald zich uit te kleden voor de webcam en seksuele handelingen met zichzelf te verrichten, dan wel om hier foto’s en filmpjes van te maken en die naar hem toe te sturen. In één geval is bewezen verklaard dat hij de afbeeldingen op zijn computer heeft opgeslagen, waarmee hij zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit van kinderporno.
Voorts heeft hij via MSN- en sms-contact geprobeerd met een van de meisjes een ontmoeting te arrangeren, met het kennelijke doel ontuchtige handelingen met haar te verrichten (‘grooming’).
Bij een ander meisje is het tot daadwerkelijke ontmoetingen gekomen, waarbij verdachte zich presenteerde als de vader van de ‘vriendin’ van het slachtoffer. Hierbij heeft verdachte verregaande seksuele handelingen met het slachtoffer gepleegd.
Dit zijn ernstige feiten, die de rechtbank verdachte zwaar aanrekent.
Verdachte heeft op doortrapte wijze misbruik gemaakt van de gevoelens die hij in zijn valse hoedanigheid bij de meisjes had opgeroepen. De slachtoffers waren zonder uitzondering kwetsbare meisjes, die dachten bij verdachte steun en (h)erkenning te vinden voor de problemen waar zij mee worstelden. Hierin zijn zij bitter teleurgesteld. Het is bekend dat feiten als deze ernstige schade kunnen toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers. Deze geestelijke schade kan van lange duur zijn en de slachtoffers ernstig belemmeren in hun functioneren. Verdachte heeft hier geen enkele rekening mee gehouden.
Verdachte heeft bovendien een aanzienlijke hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad. Hiermee heeft hij de vraag naar kinderporno ondersteund en de markt daarvoor mede in stand gehouden. Om dit materiaal te creëren worden kinderen vaak ernstig misbruikt, waardoor zij veelal ernstige psychische schade oplopen. De rechtbank rekent ook dit verdachte zwaar aan.
Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank ten eerste gekeken naar diens Uittreksel Justitiële Documentatie, waaruit blijkt dat hij eerder wegens incest met zijn dochter tot gevangenisstraf is veroordeeld.
Voorts zijn over verdachte verschillende rapporten uitgebracht, onder meer door H.E.W. Koornstra, psycholoog (op 12 januari 2011 en aanvullend op 27 mei 2011) en door M.D. van Ekeren, psychiater (op 26 mei 2011). Psychiater Van Ekeren heeft zijn rapport ter zitting van 12 juli 2011 nader toegelicht.
De gedragsdeskundigen komen beiden tot de diagnose dat bij verdachte sprake is van een borderline persoonlijkheidsstoornis met ontwijkende trekken, een obsessief-compulsieve stoornis en alcoholafhankelijkheid. De psychiater ziet daarnaast nog een sociale fobie.
Er is een duidelijk verband tussen met name de persoonlijkheidsstoornis en de gepleegde feiten.
Behandeling wordt van groot belang geacht. Gezien de weliswaar beperkte, maar toch aanwezige motivatie van verdachte voor behandeling, zien de deskundigen mogelijkheden voor behandeling in het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden. Behandeling in een meer vrijwillig kader wordt weinig kansrijk geacht. Het advies luidt om verdachte in het kader van TBS met voorwaarden te laten behandelen in de Forensisch Psychiatrisch Kliniek (FPK) te Assen.
Zoals beschreven in het reclasseringsrapport van M. van Heezik van 7 juli 2011 heeft verdachte een intake gedaan bij de FPK Assen. De FPK Assen heeft verdachte in beginsel geaccepteerd. De kliniek wilde ter beoordeling of aan verdachte een definitief behandelaanbod zou kunnen worden gedaan eerst een proefbehandeling van drie maanden aanbieden voor observatie en nadere diagnostiek..
Psychiater Van Ekeren heeft ter terechtzitting van 12 juli 2011 het belang benadrukt van een snelle start van de noodzakelijk geachte behandeling. Een periode van detentie zal de pathologie doen toenemen, zodat behandeling te zijner tijd veel moeizamer zal verlopen en meer tijd zal vergen, aldus Van Ekeren.
Met name gelet op de toelichting door psychiater Van Ekeren heeft de rechtbank op de zitting van 12 juli 2011 beslist dat verdachte per 14 juli 2011 in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis in de gelegenheid diende te worden gesteld om zich te laten opnemen in de FPK Assen teneinde aldaar een proefbehandeling te ondergaan.
Ter zitting van 4 oktober 2011 is gebleken dat de FPK Assen nog geen volledig beeld had kunnen krijgen van verdachte en van de behandelmogelijkheden. Op verzoek van de kliniek en van de reclassering is de zaak daarom aangehouden, zodat de periode van de proefbehandeling kon worden verlengd.
In het adviesrapport van mevrouw J. Klasen van Reclassering Nederland, arrondissement Assen, van 3 januari 2012 worden de volgende bevindingen van de FPK Assen vermeld:
Verdachte heeft een zwakbegaafd tot benedengemiddeld intelligentieniveau. Er is sprake van een negatief zelfbeeld en ernstige persoonlijkheidsproblematiek. Door deze combinatie heeft hij zich niet op een sociaal adequate wijze kunnen staande houden in de maatschappij en is hij, vanuit een vermijdende copingstijl, contacten gaan leggen met jonge meisjes. In deze contacten was hij erg gericht op zijn seksuele behoeften. Een behandeling dient zich te richten op deze seksuele problematiek, met aandacht voor de onderliggende persoonlijkheidspathologie. Deze behandeling kan de FPK Assen bieden.
De reclassering concludeert dat verdachte zich, na een moeizame start, naar behoren heeft ingezet voor zijn proefbehandeling. Gekeken naar het behandelperspectief wordt het wenselijk geacht de behandeling voort te zetten zonder onderbreking door een detentie. Een onderbreking zou voor veel vertraging zorgen en wellicht een verminderde motivatie bij verdachte. De reclassering ziet mogelijkheden om verdachte te begeleiden in het kader van een TBS met voorwaarden en heeft een aantal aan verdachte op te leggen voorwaarden geformuleerd.
Mevrouw S.E. ter Beek van de reclassering in Assen heeft op de zitting van 31 januari 2012 hieraan toegevoegd dat verdachte zeer onlangs is overgeplaatst naar de zedenafdeling (De Baak) van de FPK Assen. Voorts heeft zij onderstreept dat het behandelteam van de FPK Assen een onderbreking van de behandeling van verdachte zeer onwenselijk vindt. De kans bestaat dat de problematiek van verdachte in detentie toeneemt en dat zijn motivatie voor behandeling verdwijnt.
De officier van justitie heeft de terechtzitting van 31 januari 2012 haar eerder geformuleerde strafeis van vier jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek en daarnaast TBS met voorwaarden, gehandhaafd, daarbij wijzend op de ernst van de door verdachte gepleegde feiten.
De rechtbank is op grond van de over verdachte uitgebrachte rapporten en adviezen, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden dient te worden opgelegd. Aan de wettelijke vereisten daartoe is voldaan, nu bij verdachte ten tijde van het begaan van de bewezen verklaarde feiten sprake was van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en een ziekelijke stoornis en de door verdachte begane strafbare feiten (met uitzondering van feit 4) misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, terwijl de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eist. Ter bescherming van de algemene veiligheid van personen zal de rechtbank voorwaarden stellen betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde, overeenkomstig voornoemd adviesrapport van de reclassering van 3 januari 2012.
Verdachte heeft zich bereid verklaard tot naleving van deze voorwaarden.
Vervolgens is de vraag aan de orde of daarnaast aan verdachte nog een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan het voorarrest dient te worden opgelegd, zoals door de officier van justitie gevorderd.
De rechtbank stelt voorop dat de ernst van de feiten in beginsel oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigt.
Daar staat tegenover dat verdachte reeds is aangevangen met een op terugdringen van het recidivegevaar gerichte behandeling, die na een moeizame start nu toch van de grond lijkt te komen. Psychiater Van Ekeren en het behandelteam van de FPK Assen zijn van oordeel dat een onderbreking van de behandeling door een periode van detentie ertoe zal leiden dat de problematiek van verdachte zal verergeren en dat zijn motivatie voor behandeling zal afnemen, zodat de behandeling te zijner tijd meer tijd zal vergen en moeizamer zal verlopen.
Naar het oordeel van de rechtbank is niet alleen het belang van verdachte, maar uitdrukkelijk ook dat van de maatschappij er mee gediend wanneer verdachtes behandeling, die op terugdringen van het recidiverisico is gericht, een zo groot mogelijke kans van slagen heeft. De rechtbank acht het daarom aangewezen thans voorrang te geven aan voortzetting van de behandeling. De door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf komt weliswaar tegemoet aan de strafdoelen van vergelding en leedtoevoeging, maar draagt niet bij aan de belangen van de samenleving op langere termijn.
Daarbij komt ook nog belang toe aan het gegeven dat de behandeling van verdachte een lange tijd in beslag zal nemen, waarbij verdachte in ieder geval in aanvang intern in de kliniek zal verblijven en dus effectief van zijn vrijheid zal zijn beroofd. Deze gesloten opnameperiode zal waarschijnlijk minstens twee jaren belopen.
De rechtbank zal, alles afwegend, geen gevangenisstraf opleggen die de duur van het voorarrest te boven gaat.
De rechtbank acht het voorts aangewezen ambtshalve te bevelen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is (artikel 38, lid 6 Sr).
9. Vorderingen van de benadeelde partijen
9.1
De benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende [adres en woonplaats], heeft, door tussenkomst van mr. A. Koopsen, advocaat te Alkmaar, vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 1.250,00 wegens immateriële schade en € 302,35 wegens materiële schade (reiskosten) die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.
Mr. Koopsen heeft de vordering ter terechtzitting nader toegelicht. Hierbij heeft zij aangegeven dat in de optelling van de reiskosten een fout is geslopen. Het totale gevorderde bedrag voor materiële schade moet zijn: € 304,75.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering als verzocht
De raadsman heeft de vordering niet betwist.
Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.
Voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 3. bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden.
Nu de vordering niet door verdachte is betwist, ligt deze voor toewijzing gereed. De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2010 tot de dag van algehele voldoening.
De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.
9.2
De benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende [adres en woonplaats], heeft, door tussenkomst van mr. A. Koopsen, advocaat te Alkmaar, vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 1.750,00 wegens immateriële schade en € 795,68 wegens materiële schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.
Mr. Koopsen heeft de vordering ter terechtzitting nader toegelicht.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering als verzocht
De raadsman heeft de rechtbank verzocht de vergoeding voor immateriële schade te matigen. Voor het overige is de vordering niet betwist.
Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.
Voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 5. bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden.
De rechtbank is van oordeel dat het bedrag dat wordt gevorderd voor immateriële schade billijk is, gelet op de lange duur van het contact van verdachte met het slachtoffer.
De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen als verzocht.
De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2006 tot de dag van de algehele voldoening.
De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.
9.3
De benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende [adres en woonplaats], heeft, door tussenkomst van mr. A. Koopsen, advocaat te Alkmaar, vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 1.250,00 wegens immateriële schade en € 701,00 wegens materiële schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.
Mr. Koopsen heeft de vordering ter terechtzitting nader toegelicht.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering als verzocht
De raadsman heeft de vordering niet betwist.
Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.
Voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 6. bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden.
Nu de vordering niet door verdachte is betwist, ligt deze voor toewijzing gereed. De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2009 tot de dag van de algehele voldoening.
De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.
9.4
De benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende [adres en woonplaats], heeft, door tussenkomst van mr. A. Koopsen, advocaat te Alkmaar, vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de inhoud van de vordering tot vergoeding van € 2.500,00 wegens immateriële schade en € 1.419,40 wegens materiële schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht.
Mr. Koopsen heeft de vordering ter terechtzitting nader toegelicht.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaard dient te worden wat betreft de kosten genoemd in bijlage 2 (reis door Nederland), de kosten voor een nieuwe telefoon (bijlage 3) en de kosten voor vervanging van de laptop van de benadeelde partij (bijlage 4), aangezien dit geen rechtstreekse schade betreft. De kosten voor het gebruik van de mobiele telefoon (bijlage 3) acht de officier van justitie, uitgaande van een bewezen verklaarde periode van acht maanden, toewijsbaar tot een bedrag van € 320,00. Voor het overige acht de officier van justitie de vordering toewijsbaar.
De raadsman heeft zich aangesloten bij de zienswijze van de officier van justitie.
Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert zodat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.
Voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 6. bewezen verklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte, rechtstreeks schade heeft geleden.
De rechtbank is van oordeel dat de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt voor
- het bezoeken diverse plaatsen om met eigen ogen te zien dat de meisjes waar verdachte zich voor uitgaf, daadwerkelijk niet bestonden (bijlage 2);
- het vervangen van een mobiele telefoon (bijlage 3);
- het vervangen van een gecrashte laptop (bijlage 4)
niet het rechtstreeks gevolg zijn van het bewezen verklaarde strafbare feit. De benadeelde partij moet daarom in die delen van de vordering niet-ontvankelijk verklaard worden.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de kosten voor het gebruik van de mobiele telefoon (bijlage 3), gelet op de bewezen verklaarde periode van acht maanden, toewijsbaar zijn tot een bedrag van € 320,00.
De overige delen van de vordering kunnen worden toegewezen als verzocht. Opgeteld is een bedrag van € 3.237,89 toewijsbaar.
De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2009 tot de dag van de algehele voldoening.
De benadeelde kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.
10. Schadevergoeding als maatregel
De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregelen besloten omdat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht aan de benadeelden. De toepassing van hechtenis, bij gebreke van voldoening van de verschuldigde bedragen, heft de opgelegde verplichtingen niet op.
11. Beslag
verbeurdverklaring
De rechtbank is van oordeel, dat de volgende onder verdachte in beslag genomen voorwerpen:
- een telefoon, merk Sony Ericsson (nr. 1 op de beslaglijst) en
- een telefoon, merk Vodafone, (nr. 2 op de beslaglijst)
dienen te worden verbeurd verklaard.
Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de voorwerpen aan verdachte toebehoren en dat het bewezen verklaarde met behulp van deze voorwerpen is begaan.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank is van oordeel, dat het volgende onder vd in beslag genomen voorwerp
- een laptop, merk Acer (nr. 3 op de beslaglijst)
dient te worden onttrokken aan het verkeer.
Het voorwerp behoort toe aan de verdachte en het onder 8. bewezen verklaarde feit is met betrekking tot dit voorwerpen begaan. Bovendien is het ongecontroleerde bezit ervan in strijd met de wet of het algemeen belang, nu niet valt uit te sluiten dat het in beslag genomen voorwerp nog steeds kinderpornografisch materiaal bevat.
12. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 38, 38a, 57, 240b, 248a en 248e van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
13. Beslissing
? Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
? Verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders tenlaste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE vermelde strafbare feiten.
Verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.
? Veroordeelt de verdachte voor het bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 10 (tien) maanden.
Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
? Gelast in verband met het onder 2, 3, 5, 6, 7 en 8 bewezen verklaarde de terbeschikkingstelling van de verdachte.
Stelt betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde de volgende voorwaarden:
dat de terbeschikkinggestelde:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- zich niet schuldig maakt aan strafbare feiten;
- zal verblijven in de Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK), Dennenweg 9, 9404 LA Assen of een soortgelijke instelling;
- niet zonder toestemming van de Reclassering van woonadres zal veranderen en zal meewerken aan een mogelijk verblijf in een vervolgsetting;
- zich onthoudt van alcohol- en drugsgebruik en instemt met controles op de naleving van dat verbod;
- zich begeleidbaar opstelt ten opzichte van zijn behandelaars en openheid van zaken geeft en meewerkt aan de behandeling zoals deze geïndiceerd is;
- instemt met het medicatiebeleid voorgeschreven door zijn behandelaren, ook wanneer dat libidoremmende medicatie betreft;
- openheid van zaken geeft ten aanzien van zijn internetgebruik en zich houdt aan de aanwijzingen van de behandelaren en reclassering ten aanzien van het gebruik.
- akkoord gaat met de uitwisseling van persoonlijke gegevens tussen de reclassering en zijn behandelaren en betrokkenes hulpverlenings- en persoonlijke netwerk.
- zich houdt aan de afspraken met en de aanwijzigingen door of namens de Reclassering Nederland gegeven.
Geeft de Reclassering Nederland opdracht de terbeschikkinggestelde hulp en steun te verlenen bij het naleven van de voorwaarden.
Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
? Verklaart verbeurd:
- een telefoon, merk Sony Ericsson (nr. 1 op de beslaglijst) en
- een telefoon, merk Vodafone, (nr. 2 op de beslaglijst).
? Verklaart onttrokken aan het verkeer:
- een laptop, merk Acer (nr. 3 op de beslaglijst).
? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende [adres en woonplaats].
Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 1.554,75 (eenduizend vijfhonderdvierenvijftig euro en vijfenzeventig cent) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 augustus 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.
De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.
? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] voornoemd, te betalen een som geld ten bedrage van € 1.554,75 (eenduizend vijfhonderdvierenvijftig euro en vijfenzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 augustus 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 (vijfentwintig) dagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.
Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.
? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende [adres en woonplaats].
Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 2.545,68 (tweeduizend vijfhonderdvijfenveertig euro en achtenzestig cent) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 december 2006 tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.
De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.
? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] voornoemd, te betalen een som geld ten bedrage van € 2.545,68 (tweeduizend vijfhonderdvijfenveertig euro en achtenzestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 december 2006 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 (vijfendertig) dagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.
Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.
? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende [adres en woonplaats].
Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 1.951,00 (eenduizend negenhonderdeenenvijftig euro) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 augustus 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.
De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.
? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] voornoemd, te betalen een som geld ten bedrage van € 1.951,00 (eenduizend negenhonderdeenenvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 augustus 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 29 (negenentwintig) dagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.
Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.
? Wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende [adres en woonplaats] tot het hierna te noemen bedrag.
Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een bedrag van € 3.237,89 (drieduizend tweehonderdzevenendertig euro en achtennegentig cent) als schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 november 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken.
De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.
Verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.
? Legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] voornoemd, te betalen een som geld ten bedrage van € 3.237,89 (drieduizend tweehonderdzevenendertig euro en achtennegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 november 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 42 (tweeënveertig) dagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betaling aan de Staat.
Bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de betaling aan de benadeelde partij.
? Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door
mr. N. Cuvelier, voorzitter,
mr. A.C. Haverkate en mr. E.M. Devis, rechters,
in tegenwoordigheid van A. Helder, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 februari 2012.