Strafrecht overig

De rechtbank spreekt verdachte vrij van de hem tenlastegelegde ontuchtige handelingen wegens het ontbreken…

Rechtbank Almelo, 14 februari 2012

Zaakgegevens

Op 14 februari 2012 heeft de Rechtbank Almelo in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
14 februari 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/251204-10
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBALM:2012:BV3910
E-mail

Samenvatting

De rechtbank spreekt verdachte vrij van de hem tenlastegelegde ontuchtige handelingen wegens het ontbreken van wettig bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Almelo

Sector strafrecht

Parketnummer: 08/251204-10

Datum vonnis: 14 februari 2012

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren op [1973] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 14 juli 2011 en 31 januari 2012. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Nijland-Hermelink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte met een meisje onder de 16 jaar ontucht heeft gepleegd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij in of omstreeks de maand(en) juli 2009 en/of augustus 2009,

te [plaats] in Italie,

meermalen, althans eenmaal, met [slachtoffer] (geboren [1995]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had

bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte (telkens)

- die [slachtoffer] een tongzoen gegeven, althans zijn, verdachtes,

tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht, en/of

- de borsten en/of de vagina en/of andere delen van het lichaam van die

[slachtoffer] betast en/of gestreeld, en/of

- de hand van die [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, penis gebracht;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij in of omstreeks de maand(en) juli 2009 en/of augustus 2009,

te [plaats] in Italie,

meermalen, althans eenmaal, met een persoon, genaamd [slachtoffer]

(geboren [1995]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet

had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

hebbende verdachte (telkens)

- die [slachtoffer] een tongzoen gegeven, althans zijn, verdachtes,

tong in de mond van die [slachtoffer] gebracht, en/of

- de borsten en/of de vagina en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] betast en/of gestreeld, en/of

- de hand van die [slachtoffer] naar zijn, verdachtes, penis gebracht;

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd. Daarnaast vordert de officier van justitie een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Ook vordert de officier van justitie toewijzing van de civiele vordering van de benadeelde partij als voorschot met oplegging daarbij van de schadevergoedingsmaatregel.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

5.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging ten aanzien van het bewijs

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het primair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard op grond van de aangifte, de verklaring van de moeder van aangeefster en de verklaring van de zus van aangeefster.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde feit.

5.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De handelingen zoals die zijn omschreven in de tenlastelegging zijn gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer]. Het dossier bevat verder de verklaringen van de vader van aangeefster, de moeder van aangeefster, de zus van aangeefster en de zwager van aangeefster. Zij verklaren allen over de vermeende ontuchtige handelingen die verdachte bij aangeefster zou hebben verricht naar aanleiding van hetgeen aangeefster hen daarover verteld heeft. Daarnaast bevat het dossier onder meer nog een sms-bericht dat verdachte aan aangeefster heeft gestuurd na de vakantie in Italië alsook twee sms-berichten die aangeefster aan verdachte heeft gestuurd na die bewuste vakantie.

Verdachte heeft zich bij de politie ten aanzien van de feiten beroepen op zijn zwijgrecht. Ter terechtzitting bij de politierechter en later ter terechtzitting van de meervoudige kamer heeft verdachte de tenlastegelegde gedragingen ontkend.

De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting geen ondersteuning uit een andere bron dan die van aangeefster biedt voor de tenlastegelegde gedragingen. Het sms-bericht dat verdachte aan aangeefster heeft verstuurd is daartoe onvoldoende nu de verklaring die verdachte heeft gegeven voor dit bericht niet zonder meer als ongeloofwaardig terzijde kan worden geschoven. De rechtbank zal verdachte dan ook van het hem tenlastegelegde vrijspreken wegens het ontbreken van wettig bewijs.

5.3 De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De schade van benadeelden

Mevrouw [slachtoffer], wonende te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.000,00 (duizend euro), (als “voorschot” voor geleden schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit immateriële schade ten bedrage van € 1.000,--.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering nu verdachte van het tenlastegelegde feit wordt vrijgesproken.

7. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

Schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer], wonende te [woonplaat], niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. G.J. Stoové en

mr. A.A.J. Lemain, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2012.