Bestuursprocesrecht
Beroep NT. Wob-verzoek. Geen geldige ingebrekestelling. Beroep niet-ontvankelijk.
Rechtbank Amsterdam, 20 augustus 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:4574 · Rechtbank Amsterdam · 20 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbams-2021-4574
Zaakgegevens
Op 20 augustus 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2021
- Datum publicatie
- 30 augustus 2021
- Zaaknummer
- AWB - 21 _ 2551
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:4574
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep NT. Wob-verzoek. Geen geldige ingebrekestelling. Beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/2551
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
en
het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, namens deze, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, verweerder,
( [gemachtigde verweerder] )
Procesverloop
Eiser heeft op 6 mei 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Eiser heeft met een brief van 28 oktober 2020 aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: het ministerie) een brief gezonden met als onderwerp: verzoek op grond van de AGV. Het ministerie heeft de ontvangst van het verzoek met de brief van
25 november 2020 bevestigd, de termijn met twee maanden verdaagd tot 25 januari 2021 en het verzoek doorgezonden aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: de inspectie). De inspectie heeft met de brief van 22 januari 2021 de brief van eiser beantwoord. Eiser stelt dat hij met de brief van 14 april 2021 het ministerie in gebreke heeft gesteld. Het ministerie ontkent de ingebrekestelling te hebben ontvangen. De rechtbank heeft met de brief van 4 juni 2021 eiser in de gelegenheid gesteld om te reageren op de ontkenning. Eiser heeft hierop niet gereageerd. Daarom stelt de rechtbank vast dat er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling.
4. Omdat ontvangst van de ingebrekestelling niet is aangetoond is niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. van der Kroft, griffier.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.