Bestuursprocesrecht

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard

Rechtbank Amsterdam, 11 juli 2022

Zaakgegevens

Op 11 juli 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
11 juli 2022
Datum publicatie
11 oktober 2022
Zaaknummer
C/13/719794 / HA RK 22-200
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:5801
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het op 1 juli 2022 ingekomen en onder rekestnummer C/13/719794 / HA RK 22/200 ingeschreven verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. R. Hirzalla, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1 Verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:

? het wrakingsverzoek van 30 juni 2022.

1.2.

De rechter heeft niet in de wraking berust.

2 De feiten en het verzoek

2.1.

Bij de rechtbank is een zaak van verzoeker in behandeling (zaaknummer AMS 21/4069 AVG). Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen de beslissing van 20 april 2022, waarbij zijn beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. De procedure in verzet is in behandeling bij de rechter.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.2.

Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. Daarnaast geldt dat ook de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid grond kan zijn voor wraking.

3.3.

Verzoeker heeft onder meer aangevoerd dat hij de rechter wraakt op de (verder niet toegelichte) gronden van politieke vooringenomenheid en het berokkenen van schade aan de goede procesorde.

3.4.

De Wrakingskamer acht het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk omdat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de rechter in de onderhavige zaak vooringenomen zou zijn, althans de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan heeft gewekt. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.

4. Omdat verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder grond, heeft ingezet, is naar het oordeel van de Wrakingskamer sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking van de rechter belast met de behandeling van deze zaak van verzoeker niet in behandeling worden genomen.

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Wrakingskamer:

? wijst het verzoek tot wraking af;

? bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet in behandeling zal worden genomen.

Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter en N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.