Bestuursprocesrecht
Wrakingsverzoek afgewezen.
Rechtbank Amsterdam, 7 november 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:8796 · Rechtbank Amsterdam · 7 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2023-8796
Zaakgegevens
Op 7 november 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 7 november 2023
- Datum publicatie
- 19 april 2024
- Zaaknummer
- C/13/741648 / HA RK 23-344
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:8796
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het op 2 november 2023 ter zitting gedane en onder rekestnummer C/13/741648 / HA RK 23/344 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
[verzoeker 2] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
[verzoeker 3] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
[verzoeker 4] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
verzoekers,
gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. J.H.J. Evers, kantonrechter, hierna te noemen: de rechter.
1 Verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
- het proces-verbaal van de openbare zitting van 2 november 2023 inzake de beroepen ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) met daarin opgenomen het wrakingsverzoek.
De rechter heeft niet in de wraking berust.
2 De feiten en het verzoek
Blijkens het proces-verbaal is de rechter om 10.05 begonnen met de behandeling van de zaken die gepland stonden vanaf 10.00 uur en waarbij mr. Voorbach de gemachtigde was. Om 10.13 uur is de gemachtigde verschenen. Hierna is een woordenwisseling ontstaan tussen de gemachtigde en de rechter omdat de rechter wilde beginnen met de zaak van betrokkene [verzoeker 1] , nadat in de eerdere zaken reeds een beslissing was genomen, terwijl de gemachtigde wenste dat de eerdere zaken alsnog behandeld zouden worden omdat hij om 10.15 uur was opgeroepen.
De gemachtigde heeft verklaard dat hij de rechter wraakt en dat hij de wrakingsgronden per e-mail zal toesturen.
3 De beoordeling van het verzoek
Op grond van artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 8:16 Abw dient een wrakingsverzoek te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden en moeten alle feiten of omstandigheden tegelijk worden voorgedragen.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel.
De Wrakingskamer begrijpt dat verzoeker ontevreden is over de wijze van behandeling door de rechter, aangezien de rechter een aantal (andere) zaken van verzoeker, buiten zijn aanwezigheid, heeft behandeld vanaf 10:05 uur, terwijl verzoeker in de veronderstelling verkeerde dat de zitting pas om 10:15 uur zou aanvangen. Toen de rechter niet bereid was deze zaken opnieuw te behandelen, heeft verzoeker blijkens het proces-verbaal verklaard: “Dan wraak ik u. Ik had een oproep gekregen voor 10.15 uur. U heeft er gewoon lak aan.
U luistert niet. Ik ga weg. U krijgt de wrakingsgronden per e-mail”. Het wrakingsverzoek heeft betrekking op de vier hierboven genoemde zaken, waarin nog geen uitspraak is gedaan.
Aan het verzoek zijn geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Die feiten en omstandigheden hadden alle tegelijk moeten worden voorgedragen ter zitting en wel zodra deze aan verzoeker bekend zijn geworden. Nu dat niet is gebeurd is het verzoek niet gemotiveerd en daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
? wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.