Bestuursrecht overig
Eiser heeft geen gronden vermeld. Verzet niet-ontvankelijk.
Rechtbank Amsterdam, 11 oktober 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:7875 · Rechtbank Amsterdam · 11 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbams-2021-7875
Zaakgegevens
Op 11 oktober 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 oktober 2021
- Datum publicatie
- 13 januari 2022
- Zaaknummer
- AMS 20/4188
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:7875
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eiser heeft geen gronden vermeld. Verzet niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/4188 V
proces verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
11 oktober 2021 op het verzet van
[opposant] , te Enschede, opposant (hierna: [opposant] ).
Procesverloop
[opposant] heeft beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 4 november 2020 heeft de rechtbank dat beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
[opposant] heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
[opposant] is niet verschenen.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat [opposant] geen kopie van het bestreden besluit heeft bijgevoegd bij het beroepschrift.
2. In artikel 8:55, tweede lid jo. artikel 6:5, tweede lid, van de Awb is onder meer bepaald dat een verzetschrift de gronden van het verzet dient te bevatten. Op grond van artikel 8:55, tweede lid jo. artikel 6:6 van de Awb kan het verzet niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 6:5 van de Awb, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
3. [opposant] heeft in het verzetschrift van 16 december 2020 geen gronden vermeld. De griffier heeft per aangetekende brief van 5 maart 2021 [opposant] verzocht om binnen twee weken de gronden van het verzet in te dienen. Dat betekent dat [opposant] het verzuim diende te herstellen voor 19 maart 2021. Daarbij is meegedeeld dat de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk kan verklaren als niet aan het verzoek wordt voldaan. De termijn is verstreken zonder dat van die gelegenheid gebruik gemaakt is.
4. [opposant] heeft vervolgens een brief verstuurd die op 29 september 2021 door de rechtbank is ontvangen. Daarin heeft hij geen gronden vermeld waarom hij het niet eens is met de uitspraak van 4 november 2020 en ook geen reden gegeven waarom hij niet binnen de gestelde termijn de gronden heeft aangevoerd.
5. Het bovenstaande betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat
[opposant] geen gronden heeft ingediend. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het verzet. Dat betekent dat de buiten zittingsuitspraak van
4 november 2020 in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen, rechter, in aanwezigheid van mr.
N. Bissumbhar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2021.
griffier
rechter
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.