Bestuursrecht overig
De voorzieningenrechter heeft het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente…
Rechtbank Amsterdam, 22 januari 2010
ECLI:NL:RBAMS:2010:BV6381 · Rechtbank Amsterdam · 22 januari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbams-2010-bv6381
Zaakgegevens
Op 22 januari 2010 heeft de Rechtbank Amsterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 januari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- AWB 09/6037 GEMWT
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2010:BV6381
Samenvatting
De voorzieningenrechter heeft het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot intrekking (voor de duur van twee maanden)van de belanghebbendenvergunning van eiser geschorst tot zes weken na de bekendmaking van het besluit op eisers bezwaar. Eiser mag per direct gebruik maken van zijn belanghebbendenvergunning.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 09/6037 GEMWT
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter op 22 januari 2010 in de zaak tussen
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
verweerder,
gemachtigde mr. S. Dosljak.
Zitting hebben:
mr. J.P. Smit, als voorzieningenrechter,
mr. T.E. Bouwmeester, als griffier,
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- schorst het bestreden besluit tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar;
- bepaalt dat verweerder aan verzoeker het griffierecht ad € 150,- vergoedt.
Overwegingen
De voorzieningenrechter stelt vast dat het rapport van toezichthouder [toezichthouder] van 19 november 2009, waarin een weergave van het desbetreffende voorval is opgenomen, op ambtseed is opgemaakt. Doorgaans wordt daaraan zwaar gewicht toegekend. Daar staat echter tegenover dat er aanwijzingen zijn dat de toezichthouder verder is gegaan dan geoorloofd was doordat hij potentiële klanten van verzoeker aansprak en informeerde over het starttarief voor een busje. Hij heeft daardoor mede het conflict veroorzaakt.
De voorzieningenrechter stelt voorts vast dat het vergunningvoorschrift dat verzoeker zou hebben overtreden, te weten dat de vergunninghouder nooit verbaal geweld op of nabij de standplaats gebruikt, onduidelijk is, in die zin dat daaruit niet blijkt dat hieronder ook intimiderend gedrag valt.
In het kader van de bezwaarprocedure zal nader moeten worden bezien wat zich exact heeft afgespeeld. Daarbij kunnen bijvoorbeeld de toezichthouder [toezichthouder] en collega's van verzoeker, die getuige waren van het voorval, gehoord worden op de hoorzitting.
Op dit moment weegt het belang van verzoeker naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder dan het belang van verweerder bij onmiddellijke uitvoering van het bestreden besluit, aangezien de schorsing van zijn vergunning rechtstreeks van invloed is op de broodwinning van verzoeker.
De voorzieningenrechter schorst daarom het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker per direct gebruik mag maken van zijn belanghebbendenvergunning.
Waarvan proces-verbaal,
de griffier de voorzieningenrechter
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op:
D: C
SB