Bestuursrecht overig

voorlopige voorziening, geen besluit, geen bezwaar, hersteltermijn verstreken, niet-ontvankelijk

Rechtbank Amsterdam, 20 januari 2020

Zaakgegevens

Op 20 januari 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 januari 2020
Datum publicatie
21 januari 2020
Zaaknummer
AMS 19/6663
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:292
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

voorlopige voorziening, geen besluit, geen bezwaar, hersteltermijn verstreken, niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 19/6663

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , te Duivendrecht, verzoekster,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Ouder-Amstel, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft de voorzieningenrechter op 14 december 2019 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 16 december 2019 heeft de griffier verzoekster gewezen op ontbrekende stukken bij het verzoekschrift en verzoekster één week de tijd gegeven om deze stukken alsnog in te sturen. Verzoekster heeft hierop niet gereageerd.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die verzoekt om een voorlopige voorziening moet op grond van de artikelen 8:81, vierde lid, en 6:5, van de Awb met het verzoekschrift een afschrift van het bezwaar- of beroepschrift overleggen en zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar/beroep zich richt. Als dat niet gebeurt, kan de voorzieningenrechter – na een herstelmogelijkheid – het beroep op grond van artikelen 8:81, vierde lid, en 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

3. Verzoekster heeft deze stukken, ook na de door de griffier gegeven herstelmogelijkheid, niet tijdig opgestuurd. De griffier heeft op 16 januari 2020 hierover telefonisch contact gezocht met verzoekster. Verzoekster heeft desgevraagd niet teruggebeld.

4. Verzoekster heeft niet om uitstel van het indienen van de gevraagde stukken verzocht. Verzoekster heeft ook geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.

5. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Otten, rechter, in aanwezigheid van mr. B.V.A. Corstens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op **

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.