Bestuursrecht overig
Verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep. Mondelinge uitspraak. Last onder dwangsom voor het…
Rechtbank Amsterdam, 27 juli 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:4557 · Rechtbank Amsterdam · 27 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbams-2022-4557
Zaakgegevens
Op 27 juli 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 juli 2022
- Datum publicatie
- 3 augustus 2022
- Zaaknummer
- AWB 22/3029
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2022:4557
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep. Mondelinge uitspraak. Last onder dwangsom voor het verwijderden van een container. Belangen van verzoeker wegen zwaarder als de belangen van verweerder. Toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/3029
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 juli 2022 in de zaak tussen
[verzoeker] , te Amsterdam, verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder,
(gemachtigde: mr. B.E. Zevenhuizen).
Procesverloop
In het besluit van 11 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoeker een last onder dwangsom opgelegd. Deze houdt in dat verzoeker binnen twaalf weken na verzenddatum van dit besluit een container die is geplaatst bij verzoekers woonark aan de [adres] in Amsterdam, moet verwijderen en verwijderd dient te houden Als verzoeker niet aan de last voldoet, verbeurt hij (éénmalig) een dwangsom van € 5.000,-.
In het besluit van 25 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het door verzoeker daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verder heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend die ertoe strekt dat de opgelegde last onder dwangsom wordt geschorst totdat uitspraak is gedaan op het beroep.
De voorzieningenrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 27 juli 2022. Verzoeker was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en door [persoon] .
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst totdat op het beroep van verzoeker is beslist;
- bepaalt dat verweerder aan verzoeker het griffierecht van € 184,- moet vergoeden.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Verzoeker is eigenaar van de woonark aan de [adres] in Amsterdam. De container waar het nu om gaat, staat er sinds 1989. Aanvankelijk met een tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 17 van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro). Sinds mei 1994 staat de container er zonder vergunning of vrijstelling.
3. Omdat verzoeker procedeert zonder beroepsmatige rechtsbijstand en hij op de zitting heeft toegelicht dat hij zich niet heeft voorbereid op een mogelijke afdoening van het beroep met toepassing van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht, doet de voorzieningenrechter alleen uitspraak op het verzoek. Verzoeker heeft zo nog de gelegenheid nader juridisch advies in te winnen voor de behandeling van het beroep in zijn zaak.
4. Bij de beoordeling in deze zaak heeft de voorzieningenrechter de belangen van verzoeker bij schorsing van het bestreden besluit, afgewogen tegen het belang van verweerder bij handhaving daarvan. Bij die afweging weegt het belang van verzoeker zwaarder dan het belang van verweerder. Doorslaggevend daarbij is dat de container er al meer dan 30 jaar staat en dat verweerder sinds mei 1994, het tijdstip waarop de vrijstelling op grond van de Wro verliep, niet handhavend heeft opgetreden en de container al die jaren heeft gedoogd. Verder zijn er geen belangen van derden in het geding, behalve de door verweerder gestelde belangen van wandelaars en passagiers op de pont. De voorzieningenrechter ziet dan ook niet in waarom verweerder de behandeling van het beroep van verzoeker niet kan afwachten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Langeveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.H.E. Swinkels, griffier, op 27 juli 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzondn aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.