Socialezekerheidsrecht

Beroep ongegrond. Op het aanvraagformulier M/NL/203 heeft de CNSS aangegeven dat de overleden echtgenoot op…

Rechtbank Amsterdam, 5 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 5 augustus 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Datum publicatie
3 augustus 2026
Zaaknummer
25/2545
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7836
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep ongegrond. Op het aanvraagformulier M/NL/203 heeft de CNSS aangegeven dat de overleden echtgenoot op de datum van overlijden verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving, terwijl uit het door de CNSS aan verweerder verstrekte formulier MN/NM/205 geen verzekerde tijdvakken blijken. Naar aanleiding van de vragen van de rechtbank heeft verweerder bij de CNSS navraag gedaan en vervolgens toegelicht dat de overleden echtgenoot van eiseres uitsluitend verzekerd was voor de zorgverzekering en niet voor andere socialezekerheidsregelingen. Daarmee heeft verweerder de geconstateerde tegenstrijdigheid voldoende verklaard. De rechtbank acht deze toelichting overtuigend en ziet, nu aannemelijk is dat eiseres hierdoor niet is benadeeld, aanleiding de geconstateerde gebreken met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/2545

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 augustus 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats] (Marokko), eiseres,

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder

(gemachtigde: mr. C.A. van der Vlist).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een uitkering op grond van Algemene Nabestaandenwet (Anw).

Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 14 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 19 februari 2025 is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank op 6 juli 2026 het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Totstandkoming van de besluiten

1. Eiseres was getrouwd met de heer [naam]. In het verleden heeft hij in Nederland gewerkt en gewoond. De heer [naam] is overleden op [datum] 2024. Hij woonde op dat moment in Marokko. Eiseres heeft via de Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS) een aanvraag ingediend om een Anw-uitkering te ontvangen.

2. Verweerder heeft met de in de inleiding genoemde besluiten de aanvraag van eiseres afgewezen. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de echtgenoot van eiseres ten tijde van zijn overlijden niet in Nederland woonde of werkte. Hij was daarom op dat moment niet verplicht verzekerd voor de Anw. Evenmin was hij verzekerd krachtens de Marokkaanse socialezekerheidswetgeving, zodat ook op grond van de bepalingen van het Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake sociale zekerheid geen recht bestaat op een nabestaandenuitkering. Tot slot was de echtgenoot niet vrijwillig verzekerd voor de Anw.

Beoordeling door de rechtbank

3. Voordat de rechtbank toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep, dient zij ambtshalve te beoordelen of het beroep ontvankelijk is. In het geval van eiseres ligt daarbij de vraag voor of het beroepschrift tijdig is ingediend. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 18 april 2025 beroep heeft ingesteld tegen het bestreden besluit. Uitgaande van de dagtekening van het bestreden besluit van 19 februari 2025, is het beroepschrift ingediend na afloop van de beroepstermijn. Eiseres heeft echter aangevoerd dat zij het bestreden besluit pas op een later moment heeft ontvangen. Verweerder heeft desgevraagd toegelicht dat het besluit per reguliere post is verzonden. Hij heeft geen verzendadministratie waaruit de datum van verzending kan worden afgeleid. Verweerder heeft de verzending op of kort na de dagtekening van het besluit daarmee niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank gaat daarom uit van de stelling van eiseres dat zij het besluit later heeft ontvangen. Gelet hierop acht de rechtbank het beroep ontvankelijk. Nu niet is komen vast te staan dat het besluit op de dag van dagtekening is bekendgemaakt, kan niet worden uitgesloten dat de beroepstermijn op een later moment is aangevangen en het beroepschrift tijdig is ingediend.

4. De rechtbank beoordeelt vervolgens of verweerder op goede gronden heeft vastgesteld dat eiseres geen recht heeft op een Anw-uitkering.

5. Een nabestaande heeft recht op een Anw-uitkering als de overledene op de dag van zijn overlijden (verplicht of vrijwillig) verzekerd was op grond van de Anw. Iemand is verplicht verzekerd als hij in Nederland woont of in Nederland werkt. Tussen partijen is niet in geschil dat de echtgenoot van eiseres is overleden in Marokko en dat hij op het moment van zijn overlijden niet woonde of werkte in Nederland. De echtgenoot van eiseres was dus niet verplicht verzekerd op grond van de Anw. Ook is niet gebleken dat de echtgenoot van eiseres vrijwillig verzekerd was.

6. De rechtbank heeft verweerder verzocht te verduidelijken of de echtgenoot van eiseres ten tijde van zijn overlijden verzekerd was op grond van de Marokkaanse socialezekerheidswetgeving. Op het aanvraagformulier M/NL/203 heeft de CNSS immers aangegeven dat de overleden echtgenoot op de datum van overlijden verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving, terwijl uit het door de CNSS aan verweerder verstrekte formulier MN/NM/205 geen verzekerde tijdvakken blijken. Verweerder is in het bestreden besluit niet op deze tegenstrijdigheid ingegaan en heeft deze voorafgaand aan het nemen van het besluit ook niet nader onderzocht. Het bestreden besluit is daarom in zoverre onzorgvuldig voorbereid en ontoereikend gemotiveerd. Naar aanleiding van de vragen van de rechtbank heeft verweerder bij de CNSS navraag gedaan en vervolgens toegelicht dat de overleden echtgenoot van eiseres uitsluitend verzekerd was voor de zorgverzekering en niet voor andere socialezekerheidsregelingen. Daarmee heeft verweerder de geconstateerde tegenstrijdigheid voldoende verklaard. De rechtbank acht deze toelichting overtuigend en ziet, nu aannemelijk is dat eiseres hierdoor niet is benadeeld, aanleiding de geconstateerde gebreken met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren. Gelet op het voorgaande zijn geen aanknopingspunten meer aanwezig voor het oordeel dat de echtgenoot van eiseres ten tijde van zijn overlijden krachtens de Marokkaanse socialezekerheidswetgeving verzekerd was. Eiseres kan daarom ook op grond van artikel 22 van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak maken op een Anw-uitkering.

7. De omstandigheid dat eiseres ziek is en zij geen werk kan verrichten, is in dit geval voor de vraag of zij recht heeft op een Anw-uitkering niet relevant. Voor het recht op een Anw-uitkering is immers allereerst vereist dat de overleden echtgenoot verzekerd was voor de Anw. Nu vaststaat dat de echtgenoot van eiseres niet verzekerd was voor de Anw op het moment van zijn overlijden, staat daarmee al vast dat eiseres geen recht heeft op een Anw-uitkering. Daarom kon verweerder een onderzoek naar de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres achterwege laten.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat verweerder de aanvraag van eiseres om een Anw-uitkering op goede gronden heeft afgewezen.

9. Verweerder heeft het bestreden besluit pas in de beroepsfase van een toereikende motivering voorzien. Omdat de rechtbank het zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb passeert, ziet zij aanleiding te bepalen dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 53,- vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep ongegrond;

  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J.A. van Eck, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

Het indienen van een hogerberoepschrift kan digitaal via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl of door verzending per post aan de Centrale Raad van Beroep.

Op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 14, in samenhang met artikel 1, aanhef en onder sub d, van de Anw. Artikel 13, eerste lid, van de Anw.