Burgerlijk procesrecht

Verzoek tot wraking niet-ontvankelijk verklaard

Rechtbank Amsterdam, 27 juni 2022

Zaakgegevens

Op 27 juni 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
27 juni 2022
Datum publicatie
11 oktober 2022
Zaaknummer
C/13/718859 / HA RK 22-176
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:5802
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek tot wraking niet-ontvankelijk verklaard

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM


Beslissing van 27 juni 2022 op het op 8 juni 2022 gedane en onder zaaknummer C/13/718859 HA/RK 22/176 ingeschreven verzoek van:


[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,


welk verzoek strekt tot wraking van mr. R. Kruisdijk, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1
1. De procedure

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:

- een e-mailwisseling tussen verzoeker en de klachtenfunctionaris van de deze rechtbank, die is uitgemond in een e-mail van 8 juni 2022 waarin verzoeker de rechter heeft gewraakt.

2 De feiten

  1. Verzoeker trad op als eiser in de zaak met rolnummer 9401448 CV EXPL 21-12160. Hij werd bijgestaan door mr. C.P.R.M. Dekker (Kortman Advocaten).

  2. Op 7 februari 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op 19 april 2022 heeft de rechter een vonnis gewezen.

  3. Nadien heeft verzoeker bij de klachtenfunctionaris van deze rechtbank geklaagd over de wijze waarop de rechter hem heeft bejegend.

  4. In de e-mail van 8 juni 2022 van verzoeker aan de klachtenfunctionaris is onder meer opgenomen dat hij de rechter wraakt.

3 Het verzoek en de gronden daarvan

Het wrakingsverzoek is erop gebaseerd dat de rechter vooringenomen was omdat hij op de mondelinge behandeling tot twee keer toe een bepaalde opmerking heeft gemaakt.

5
5. De gronden van de beslissing

Op grond van het bepaalde in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. In dit geval heeft de rechter reeds op 19 april 2022 een vonnis gewezen. Hij heeft de zaak dus niet meer in behandeling en kan om die reden niet worden gewraakt. Het verzoek zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

BESLISSING

De rechtbank:

- Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.


Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en
K.A. Brunner, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.