Burgerlijk procesrecht
Verzoek tot verschoning toegewezen.
Rechtbank Amsterdam, 25 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:6779 · Rechtbank Amsterdam · 25 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2026-6779
Zaakgegevens
Op 25 juni 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 juni 2026
- Datum publicatie
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- C/13/790017 / HA RK 26-241
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:6779
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek tot verschoning toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing van 25 juni 2026 op het onder rekestnummer C/13/790017 HA RK 26/241 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. V. Zuiderbaan, rechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.
1 Verloop van de procedure
Bij de afdeling privaatrecht van de Rechtbank te Amsterdam zijn twee zaken aanhangig met het
kenmerk C/13/786217 en C/13/786187 die zijn toegewezen aan de rechter. Partijen in beide zaken zijn [naam 1] en [naam 2], bijgestaan door respectievelijk mr. V.W.J.M. Kuit en
mr. F. Brouwer.
2 Het verzoek
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding van de behandeling is gebleken dat een procespartij of procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke
kennissenkring van de rechter.
3 De beoordeling
Op grond van het bepaalde in artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. De behandeling van een verschoningsverzoek behoeft niet ter terechtzitting plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd en voorts mede gelet op aanbeveling 2 van de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak (de rechter behandelt geen zaak waarbij iemand uit zijn familiekring als procespartij is betrokken). Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaken met kenmerk C/13/786217 en C/13/786187 worden voortgezet voor een andere rechter;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing wordt toegezonden aan:
de gemachtigden van partijen; en
de rechter.
Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mr. P.B. Martens en mr. I.M. Bilderbeek,
leden, op 25 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.