Burgerlijk procesrecht
Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk. De rechter heeft inmiddels twee eindbeslissingen gegeven en heeft geen…
Rechtbank Amsterdam, 3 juli 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:5887 · Rechtbank Amsterdam · 3 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2025-5887
Zaakgegevens
Op 3 juli 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 juli 2025
- Datum publicatie
- 12 augustus 2025
- Zaaknummer
- C/13/771061 / HA RK 25-202
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:5887
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk. De rechter heeft inmiddels twee eindbeslissingen gegeven en heeft geen zaak van verzoeker meer in behandeling.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Beslissing op het op 17 juni 2025 gedane en onder zaaknummer
C/13/771061 HA/RK 25/202 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. T.M.A. van Löben Sels, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter en tot wraking van R.J. Hennekam, griffier en R.E. Lakeman, juridisch medewerker.
1
1. De procedure
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
-
de brief van verzoeker, per e-mail ontvangen op 17 juni 2025, waarin hij de rechter, de griffier en de juridisch medewerker wraakt;
-
een beschikking van 24 april 2025 van de rechter waarin een mentor is benoemd ten behoeve van verzoeker (zaaknummer 11652870 EB VERZ 25-3171);
-
een beschikking van 24 april 2025 van de rechter waarin een bewindvoerder is benoemd ten behoeve van verzoeker (zaaknummer 11300104 EB VERZ 24-10359).
2
2. De gronden van de beslissing
Op grond van het bepaalde in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Artikel 36 Rv kent niet de mogelijkheid een griffier of juridisch medewerker van de rechtbank te wraken. In zoverre is het verzoek dus niet-ontvankelijk.
Uit artikel 36 Rv volgt verder dat een verzoek tot wraking erop gericht moet zijn een rechter te vervangen tijdens een lopende procedure. Indien een rechter een eindbeslissing heeft gegeven is wraking niet meer mogelijk. In dit geval heeft de rechter op 24 april 2025 twee eindbeslissingen gewezen. Ook in zoverre is het verzoek dus niet-ontvankelijk.
Het verzoek tot wraking is dus in zijn geheel niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling van het verzoek kan achterwege blijven.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, en mr. N.C.H. Blankevoort en
mr. I.M. Bilderbeek, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2025.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.