Burgerlijk procesrecht
Een procesbeslissing is geen grond tot wraking. Wrakingsverzoek afgewezen.
Rechtbank Amsterdam, 25 september 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:8823 · Rechtbank Amsterdam · 25 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2025-8823
Zaakgegevens
Op 25 september 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 september 2025
- Datum publicatie
- 17 november 2025
- Zaaknummer
- C/13/775932 / HA RK 25-323
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:8823
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Een procesbeslissing is geen grond tot wraking. Wrakingsverzoek afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het op 22 september 2025 ingekomen en onder rekestnummer C/13/775932 / HA RK 25- 323 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,
verzoekers,
wonende te [woonplaats] ,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. J.H.J. Evers, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.
1 Verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
? het wrakingsverzoek met bijlagen ingekomen op 22 september 2025;
? de schriftelijke reactie van de rechter.
De rechter heeft niet in de wraking berust.
2 De feiten en het verzoek
Verzoekers zijn verwerende partij in een procedure die bij de rechter in behandeling is (zaaknummer 11612252 EZ VERZ 25-309).
Verzoekers hebben onder meer aangevoerd dat zij uitstel van de op 18 september 2025 geplande mondelinge behandeling hebben verzocht en tevens de rechter hebben verzocht de wederpartij te gelasten bepaalde stukken te verstrekken zodat zij hun verdediging beter konden voorbereiden. Beide verzoeken heeft de rechter ongemotiveerd afgewezen. Daarmee is de schijn van partijdigheid gewekt. In een oproep voor de mondeling behandeling van 24 september 2025 is ten onrechte vermeld dat een verweerschrift vijf werkdagen daaraan voorafgaand dient te worden ingediend. Eveneens ten onrechte zijn verzoekers niet direct op de hoogte gesteld van de indiening van het verzoekschrift door de wederpartij en kregen zij desgevraagd aanvankelijk geen inzage. Tot slot heeft de rechter ook in twee eerdere procedures blijk gegeven van een gebrek aan onpartijdigheid.
De rechter heeft als volgt gereageerd. In de eerdere procedure heeft hij geen advies gegeven ten gunste van een van de partijen. Dat blijkt ook niet uit het door verzoekers aangehaalde citaat en kennelijk was er voor verzoekers toen geen reden voor een wraking. De processuele beslissingen die verzoekers noemen zijn geen grond tot wraking.
3 De beoordeling
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn
aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel.
In zijn arrest van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413) heeft de Hoge Raad overwogen dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak.
Het bezwaar van verzoekers betreft beslissingen van de rechter om de behandeling van de zaak niet aan te houden en in beginsel uit te gaan van het door verzoekers reeds ingediende verweerschrift. Een rechterlijke beslissing kan echter geen grond voor wraking opleveren zoals is beslist in het hierboven genoemde arrest. Overigens heeft de rechter verzoekers ook laten weten dat eventuele bezwaren op de zitting nog aan de orde konden worden gesteld. De rechter heeft geen bemoeienis met procedurele aspecten zoals de termijn voor indiening van een verweerschrift of die van doorzending van een verzoekschrift. Voor zover verzoekers nog zaken wensen aan te halen uit een eerdere procedure, geldt dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat deze niet opnieuw ter sprake kunnen worden gebracht in deze wrakingsprocedure. Als verzoekers het niet eens zijn met het oordeel van de rechter in een procedure kunnen zij in beroep. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Wrakingskamer:
? wijst het verzoek tot wraking af.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.