Burgerlijk procesrecht
Verzoek tot verschoning toegewezen.
Rechtbank Amsterdam, 21 februari 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:985 · Rechtbank Amsterdam · 21 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/wraking/ecli-nl-rbams-2024-985
Zaakgegevens
Op 21 februari 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 februari 2024
- Datum publicatie
- 22 februari 2024
- Zaaknummer
- C/13/746617 / HA RK 24-62
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:985
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek tot verschoning toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het onder rekestnummer C/13/746617 HA RK 24/62 ingeschreven verzoek van:
mr. V. Zuiderbaan, kinderrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.
1 Verloop van de procedure
Bij de afdeling Privaatrecht, team familie en jeugd van de rechtbank te Amsterdam is onder zaaknummer C/13/736299 / FA RK 23-4499 een zaak aanhangig die ter behandeling is toegewezen aan de rechter.
2 Het verzoek
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter eerder bemoeienis heeft gehad met de zaak of met partijen. De rechter draagt kennis van informatie die zij voor de beoordeling van de zaak zeer van belang vindt en die zij niet buiten beschouwing kan laten, maar die zij ambtshalve niet kan delen met een van partijen omdat de andere partij daar geen toestemming voor geeft.
3 De beoordeling
Op grond van het bepaalde in artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 36 Rv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd is de Wrakingskamer van oordeel dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
4. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak met zaaknummer C/13/736299 / FA RK 23-4499 wordt voortgezet voor een andere rechter;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41 tweede lid Rv wordt toegezonden aan:
(de advocaat van) partijen;
de rechter.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden, op 21 februari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.