Insolventierecht
afwijzing verzoek voorlopige voorziening
Rechtbank Amsterdam, 14 april 2008
ECLI:NL:RBAMS:2008:BD5724 · Rechtbank Amsterdam · 14 april 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/insolventierecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2008-bd5724
Zaakgegevens
Op 14 april 2008 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 april 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 395572
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2008:BD5724
Samenvatting
afwijzing verzoek voorlopige voorziening
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rekestnummer: FT RK 08.560
uitspraakdatum: 14 april 2008
afwijzing verzoek voorlopige voorziening
In de zaak van:
A,
geboren op … te …,
wonende te …
- hierna te noemen: verzoekster,
is door verzoekster, tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingediend tot het geven van een of meer voorlopige voorzieningen als bedoeld in artikel 287 lid 4 van de Faillissementswet. Kort weergeven, verzoekt verzoekster de rechtbank het deurwaarderskantoor Nijstad en Toonen te verbieden om schuldenares te gijzelen en om haar inboedel openbaar te verkopen. Verzoekster verzoekt tevens om opheffing van op haar inkomen/uitkering en/of goederen gelegde beslag(en).
Er zijn geen schriftelijke stukken overgelegd, waaruit blijkt dat schuldenares gegijzeld zal worden of dat haar inboedel openbaar verkocht zal worden of dat er beslag is gelegd op haar inkomen/uitkering en/of goederen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het verzoekschrift niet aan de daaraan gestelde eisen voldoet. Verzoekster dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard in het onderhavige verzoek.
Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. Verzoekster heeft, blijkens haar verklaring ex artikel 285 lid 1 onder g van de Faillissementswet, immers schulden aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau van in totaal € 2.706,70. Gelet op de aard en omvang van deze schulden is voorshands onaannemelijk dat schuldenares te goeder trouw kan worden geacht ten aanzien van deze schulden, zodat niet te verwachten is dat zij tot de schuldsaneringsregeling zal worden toegelaten. Daarom zou het verzoek, ook als het met bewijsstukken zou zijn onderbouwd, worden afgewezen.
Een definitief oordeel over de toelating tot de schuldsaneringsregeling zal worden gegeven na de mondelinge behandeling van het verzoek tot toelating, in een afzonderlijk vonnis.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.C. Jongeneel en in raadkamer uitgesproken op 14 april 2008 om 14:06 uur.