Europees strafrecht
Pools verzoek om aanvullende toestemming geweigerd vanwege het ontbreken van een nationaal arrestatiebevel.
Rechtbank Amsterdam, 19 september 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:6233 · Rechtbank Amsterdam · 19 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/beschikking/ecli-nl-rbams-2023-6233
Zaakgegevens
Op 19 september 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 september 2023
- Datum publicatie
- 9 oktober 2023
- Zaaknummer
- 13/752407-21 (AVT)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:6233
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Pools verzoek om aanvullende toestemming geweigerd vanwege het ontbreken van een nationaal arrestatiebevel.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/752407-21 (AVT)
Datum beslissing: 19 september 2023
BESLISSING
op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 21 december 2021, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door the Second Penal Division of the Regional Court in Elblag (Polen) op
10 november 2021 en betreft:
[overgeleverde persoon]
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] (Polen)
gedetineerd in Polen
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1 Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn niet toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een toewijzende beslissing te nemen.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
Uit de stukken blijkt echter niet dat aan het verzoek tot vervolging een nationaal arrestatiebevel ten grondslag ligt.
Desgevraagd heeft de uitvaardigende autoriteit bij brief van 27 december 2021 het volgende laten weten:
“Naar aanleiding van uw vraag van 24 december 2021 aan ons Openbaar Ministerie inzake de rechtsgrond van de vervolg-vervolging van [overgeleverde persoon] , reeds eerder overgeleverd op grond van de Europees Aanhoudingsbevel van 10 november 2021, deel ik u hierbij mee dat voor wat punt 1 betreft is de uitbreiding van de vervolging gegrond op de beslissing van de Rechtbank Elblag van 10 november 2021 in de zaak II Kop 42/21, waarin de Rechtbank Amsterdam wordt verzocht om toestemming voor de overlevering van [overgeleverde persoon] voor de misdrijven opgenomen in Dossiernr. Ds. 651.2021 van het kantonnaal Openbaar Ministerie in Braniewo.”
Uit artikel 27, vierde lid in verbinding met artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, Kaderbesluit 2002/584/JBZ blijkt dat ook aan een verzoek om aanvullende toestemming een nationale rechterlijke beslissing in de zin van laatstgenoemde bepaling ten grondslag moet worden gelegd. Uit bovenstaande reactie van de Poolse autoriteiten leidt de rechtbank af dat het verzoek is gegrond op hetzelfde verzoek van de rechtbank Elblag van 10 november 2021 om uitbreiding van de vervolging. Voornoemd verzoek van de rechtbank Elblag kan echter niet worden aangemerkt als grondslag van het verzoek. Nu een nationaal aanhoudingsbevel ontbreekt zal de rechtbank het verzoek afwijzen.
2 Beslissing
De rechtbank:
WEIGERT toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [overgeleverde persoon]
voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 19 september 2023 door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. B.M. Vroom-Cramer en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,