Europees strafrecht

EAB Duitsland, vervolging, terugkeergarantie, OL toegestaan.

Rechtbank Amsterdam, 15 februari 2022

Zaakgegevens

Op 15 februari 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 februari 2022
Datum publicatie
4 maart 2022
Zaaknummer
13/752419-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:1015
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

EAB Duitsland, vervolging, terugkeergarantie, OL toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752419-21

RK nummer: 21/6979

Datum uitspraak: 15 februari 2022

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 31 december 2021, is gewijzigd op 4 februari 2022, en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 15 november 2021 door het Amtsgericht Münster (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortedag] 2003,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] ,

gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 februari 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om ter zitting aanwezig te zijn. Namens de opgeëiste persoon heeft zijn gemachtigd raadsman, mr. R.A.C. Frijns, advocaat te Arnhem, het woord gevoerd.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Referte

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel van het Amtsgericht Münster (Duitsland) van 15 november 2021 met referentienummer 23b Gs 1128/21 (3 Js 684/21).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

5 Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 14, te weten:

georganiseerde diefstal of gewapende diefstal

Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

6 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van het feit waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.

De Leidende Procureur-generaal van Münster heeft op 28 december 2021 de volgende garantie gegeven:

verzekerd wordt dat de vervolgde persoon, in geval van een rechtsgeldige veroordeling In de Bondsrepubliek Duitsland, op basis van de geldige lezing van het kaderbesluit 2008/909/JI van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel wordt opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging daarvan in de Europese Unie (pbl. L 327 van 5-12-2008, pagina 27) voor de verdere tenuitvoerlegging naar Nederland zal worden overgedragen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.

7 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

8 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

9 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Münster (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Aldus gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,

mrs. P. van Kesteren en A.K. Glerum, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 15 februari 2022.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.