Europees strafrecht

Vervolgings EAB België. EAB ingetrokken door de Belgische autoriteiten. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

Rechtbank Amsterdam, 7 juli 2020

Zaakgegevens

Op 7 juli 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
7 juli 2020
Datum publicatie
10 juli 2020
Zaaknummer
13/751761-16
Procedure
Rekestprocedure
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:3412
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgings EAB België. EAB ingetrokken door de Belgische autoriteiten. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751761-16

RK-nummer: 16/7392

Datum uitspraak: 23 juni 2020

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 oktober 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 28 september 2016 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg, Afdeling Tongeren (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

verblijvende op het adres [verblijfadres] ,

hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1 Procesgang

Zitting 20 december 2016

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 20 december 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. M. van Dam, advocaat te ‘s Hertogenbosch.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

Tussenuitspraak 3 januari 2017

De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 3 januari 2017 het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde van de justitiële autoriteiten van België meer duidelijkheid omtrent de verdenking jegens de opgeeiste persoon te verkrijgen.

Zitting 23 juni 2020

De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 23 juni 2020. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie,

mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is, in overleg met de rechtbank, niet in persoon verschenen. Als raadsman is aanwezig mr. V. Poelmeijer, advocaat te Amsterdam, die waarneemt namens de raadsman van de opgeëiste persoon. De waarnemend raadsman is door de opgeëiste persoon gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren.


De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering ex artikel 23 OLW. De Belgische autoriteiten hebben aan de officier van justitie medegedeeld dat het EAB is ingetrokken.

De rechtbank zal het Openbaar Ministerie op grond van het bovenstaande niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

4 Beslissing

VERKLAART het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering van 27 oktober 2016 ex artikel 23 van de OLW.

STELT VAST dat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.

Aldus gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. J.A.A.G. de Vries en M.E.M. James-Pater, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 23 juni 2020.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.