Internationaal strafrecht
EAB België. Detentieomstandigheden. Overlevering toegestaan.
Rechtbank Amsterdam, 26 augustus 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:5551 · Rechtbank Amsterdam · 26 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/internationaal-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2021-5551
Zaakgegevens
Op 26 augustus 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over internationaal strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2021
- Datum publicatie
- 4 oktober 2021
- Zaaknummer
- 13/751485-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Internationaal strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:5551
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
EAB België. Detentieomstandigheden. Overlevering toegestaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751485-21
RK nummer: 21/2528
Datum uitspraak: 26 augustus 2021
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 4 mei 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 april 2021 door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1 Procesgang
Zitting 29 juni 2021
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 juni 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.G.A. Aben, advocaat te Eindhoven.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
Tussenuitspraak 13 juli 2021
De rechtbank heeft op 13 juli 2021 een tussenuitspraak gewezen, waarin zij het onderzoek heeft heropend en voor onbepaalde tijd heeft geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit vragen te stellen over de detentieomstandigheden waaraan de opgeëiste persoon na een eventuele feitelijke overlevering zal worden blootgesteld. Op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd.
Zitting 26 augustus 2021
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 26 augustus 2021 in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Westerman en de raadsvrouw,
mr. A.G.A. Aben. De opgeëiste persoon is – in strijd met zijn schorsingsvoorwaarden – niet verschenen. De rechtbank heeft, op vordering van de officier van justitie, de schorsing van het bevel gevangenhouding opgeheven. In verband met het verstrijken van de beslistermijn heeft de rechtbank direct uitspraak gedaan.
2 Tussenuitspraak van 13 juli 2021
De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 13 juli 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:4361). De overwegingen van de rechtbank in die tussenuitspraak dienen als hier ingelast en herhaald te worden beschouwd.
3 Detentieomstandigheden
De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 22 juni 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:3243) geoordeeld dat een reëel gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling voor gedetineerden die terecht komen in een Belgische detentie-instelling waar sprake is van ‘grondslapers’, waardoor de minimale persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel van 3 m² niet meer is gewaarborgd. Het betreft de penitentiaire instellingen in Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Gent, Hasselt, Mechelen en Oudenaarde.
In de aanvullende informatie van 5 augustus 2021 van de Belgische autoriteiten staat – voor zover hier relevant – dat de opgeëiste persoon wordt geplaatst in de gevangenis in Leuven-Hulp en dat hij alleen op een cel van 9 m² (inclusief sanitair) wordt geplaatst.
De raadsvrouw heeft op dit punt geen verweer gevoerd.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met de aanvullende informatie het reële gevaar op schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) is weggenomen, zodat de overlevering kan worden toegestaan.
De rechtbank overweegt dat uit de aanvullende informatie volgt dat de opgeëiste persoon niet wordt geplaatst in een detentie-instelling ten aanzien waarvan de rechtbank in haar tussenuitspraak van 22 juni 2021 een reëel gevaar heeft aangenomen dat gedetineerden daar onmenselijk of vernederend worden behandeld. De detentieomstandigheden in die instellingen vormen daarom geen beletsel voor overlevering.
4 Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.
5 Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 OLW.
6 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (België).
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.E.M. James-Pater en A.K. Mireku, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 26 augustus 2021.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.