Internationaal strafrecht
Spanje heeft om de overlevering verzocht van een Nederlandse vrouw om haar te vervolgen voor betrokkenheid…
Rechtbank Amsterdam, 10 juli 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:4097 · Rechtbank Amsterdam · 10 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/internationaal-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2024-4097
Zaakgegevens
Op 10 juli 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over internationaal strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 juli 2024
- Datum publicatie
- 10 juli 2024
- Zaaknummer
- 13/141686-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Internationaal strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:4097
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Spanje heeft om de overlevering verzocht van een Nederlandse vrouw om haar te vervolgen voor betrokkenheid bij een poging tot moord op een Spaanse politicus. De rechtbank staat de overlevering toe. De raadsman heeft in deze zaak geen verweer gevoerd. Er is een terugkeergarantie verstrekt, zodat de Nederlandse vrouw na een eventuele veroordeling in Spanje haar straf (verder) in Nederland mag ondergaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/141686-24
Datum uitspraak: 10 juli 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 29 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 april 2024 door the Central Court of Investigation No. 5 te Madrid (Spanje, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
gedetineerd in de [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 juni 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. M.F.M. Geeratz, advocaat in Venlo.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB voldoet aan de eisen en verder geen verweer gevoerd. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering toelaatbaar is.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 22 april 2024. Uit aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit bij brief van 23 mei 2024 blijkt dat dit aanhoudingsbevel is uitgevaardigd door de instantie die ook het EAB heeft uitgevaardigd.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Spaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.
4 Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 2 en 14, te weten:
-
terrorisme;
-
moord en doodslag, zware mishandeling.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Haar overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij beschikking van 31 mei 2024 de volgende garantie gegeven:
“GELAST IK, de Nederlandse autoriteiten te garanderen dat, in het geval de Nederlandse staatsburger [opgeëiste persoon] wordt berecht en veroordeeld wegens deze zaak, zij naar dat land zal worden teruggezonden voor de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel die haar mogelijk wordt opgelegd, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 44 van Wet 23/14 van 20 november, aangaande de wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen in de Europese Unie.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.
6 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
7 Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.
8 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Central Court of Investigation No. 5 te Madrid (Spanje) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. A.J.R.M. Vermolen en M.C. Danel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 juli 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.