Materieel strafrecht
Beslissing artikel 552a Sv, gegrond
Rechtbank Amsterdam, 11 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3495 · Rechtbank Amsterdam · 11 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/materieel-strafrecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbams-2026-3495
Zaakgegevens
Op 11 maart 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 maart 2026
- Datum publicatie
- 8 april 2026
- Zaaknummer
- 26-001531
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:3495
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beslissing artikel 552a Sv, gegrond
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-006827-26
raadkamernummer : 26-001531
datum : 11 maart 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. E. van de Pol;
[adres] ,
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94v Sv blijkt dat op 7 januari 2026 in het strafrechtelijk onderzoek tegen klager in beslag is genomen: een telefoon van het merk Apple (goednummer 6758972) (hierna: de telefoon).
Procedure
Het klaagschrift is op 19 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. Naar aanleiding van dit standpunt heeft de advocaat van klager, mr. E. van de Pol, laten weten dat hij en zijn cliënt niet in raadkamer zullen verschijnen.
De rechtbank heeft op 11 maart 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de officier van justitie, mr. P. van Laere, op zitting gehoord.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen telefoon.
Namens klager is, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Klager heeft zijn telefoon nodig voor zijn contacten en het regelen van allerlei zaken. Het aanschaffen van een nieuwe telefoon lost dit probleem niet op, omdat het wijzigen van applicaties of wachtwoorden alleen mogelijk is met de inbeslaggenomen telefoon. Geen enkel strafvorderlijk belang verzet zich tegen teruggave van de telefoon. Het onderzoek naar de telefoon kan ook door een kopie te maken van de gegevens op de telefoon. Daarnaast is het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van de telefoon zal bevelen.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie verzet zich niet tegen teruggave van de inbeslaggenomen telefoon aan klager. De politie is klaar met het onderzoek naar de telefoon. Dat de telefoon retour kan aan klager is doorgegeven aan het beslagbureau, maar daarmee is de effectieve teruggave nog niet afgerond. Het klaagschrift dient daarom gegrond te worden verklaard.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Hiervan is de rechtbank niet gebleken.
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.
Als er geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
De officier van justitie heeft verklaard dat het strafvorderlijk belang zich niet (langer) verzet tegen opheffing van het beslag.
Nu klager beslagene is en niet iemand anders redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd, zal de rechtbank teruggave aan klager gelasten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan klager van de telefoon (goednummer 6758972).
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.A. Spoel, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.L. Köhler, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager en het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank: voor klager binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing en voor het openbaar ministerie binnen veertien (14) dagen na de dagtekening van de beslissing.
.